Goud en de vorst

door Peter de Jonge

Natuurijs in Zeeland. We snakken er naar, maar elk jaar zien we de wintertemperaturen stijgen tot voorjaarswaarden en lijkt het geluid van krassende ijzers op de bevroren plassen verder weg dan ooit. Met veel geluk hebben we er in deze tijd hooguit een paar dagen van.

Vijftig jaar geleden had je nog wel aanleiding om je schaatsen de hele winter uit het vet te halen. Er werden zelfs wedstrijden gehouden op Zeeuwse plassen, grachten en sloten. Tot officiële Zeeuws kampioenschappen toe.

Zoals het schoonrijden. Niet te verwarren met kunstrijden, wat grote atletische vaardigheden vergt omdat er enorme sprongen zoals de axel, de dubbele rittberger en de drievoudige cherryflip moeten worden gemaakt.

Op de sportredactie van de PZC deden we er in februari 1976 een beetje lacherig over. Schoonrijden! Daarbij gaat om zo sierlijk mogelijk over het ijs te bewegen, zwieren en zwaaien. In oud-Hollandse kleding. Eromheen hangt de lucht van koek en zopie, erwtensoep met worst en warme chocolademelk. Uit de luidsprekers klinkt draaiorgelmuziek.

Maar ‘we’ waren en goed in. Althans Olivier Goud uit Waarde. Hij werd in 1974 al Nederlands kampioen solo en bij het paarrijden vormde hij met Lies de Koker-Molenaar uit Voorburg een paar apart.

Zaterdag 7 februari 1976 werd op het Bokkengat in het Noord-Bevelandse Wissenkerke de open Zeeuwse titelstrijd gehouden. ,,Het leek op een tekening van Anton Pieck”, schreef de PZC-redacteur, die het kortste strootje had getrokken en naar dit evenement was gestuurd. Bij schoonrijden, legde hij de lezers uit, komt het aan op de techniek van de slag. De juryvoorzitter betitelde het als ‘iets als dressuur’. ,,De kunst van het schoonrijden zit vooral in het laatste stukje van de streek, de zogenaamde kantwisseling.” En juist die beheerste Olivier Goud tot in de puntjes. In zijn driekwartsbroek (drollenvanger) zwierde hij die dag met de in kokette jurk gehulde Lies de Koker zó sierlijk en technisch perfect over het ijs dat de provinciale titel een feit was.

Iets zuidelijker in de provincie werd er getreurd. Op het Schenge, een waterplas tussen ‘s-Heer Arendskerke en Wolphaartsdijk, was de ijsvloer door de dooi zodanig aangetast dat het Zeeuwse kampioenschap hardrijden op de schaats moest worden afgelast. Tot verdriet van Arjaan van de Kreeke, de Zeeuwse schaatser die toen mocht ruiken aan de nationale top. Hij had voor eigen publiek graag geschitterd. De krant besteedde op 9 februari een hele pagina aan dit schaatsen op natuurijs in eigen provincie. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om.

foto: Olivier Goud en zijn partner Lies de Koker-Molenaar in actie in Wissenkerke. | foto PZC

Geen reacties

Geef een reactie