(Rol)schaatsdroom
door Margreeth Ernens-Abrahamse
Ook zo genoten van de Winterspelen? Ik kijk vooral naar het lange baanschaatsen. Vroeger gebeurde dat vaak buiten en zagen schaatsers echt af.
Toen ik op de lagere school zat had ik twee helden: Ard en Keessie en dan vooral Ard Schenk natuurlijk. Wat konden die jongens schaatsen! Boven mijn bed hingen actiefoto’s van hen, gespaard bij de boter.
Nu was er in Terneuzen weinig kans op om schaatsheldin te worden omdat er vrijwel nooit lang (en genoeg) ijs lag om goed te leren schaatsen. Gelukkig was er een alternatief: rolschaatsen.
Maar daarvoor heb je wel rolschaatsen nodig. Mijn verjaardag valt in oktober, dus toen ik zeven was en in het voorjaar rolschaatsen wilde hebben kreeg ik geen mooi nieuw stel. Ik mocht de rolschaatsen van mijn zus gebruiken. Zij ging al naar de middelbare school en was ‘te oud’ om het nog te doen. Ze had blijkbaar veel gerolschaatst, want de nylon wieltjes waren al aardig ver afgesleten. Binnen een jaar waren de wieltjes door mij helemaal stuk gereden.
En alweer was het voorjaar, geen cadeautjestijd dus. Mijn oudste broer ging naar de middelbare school en schonk me zijn oude rolschaatsen. Dit was een heel ander soort, bij elkaar gespaard met zegeltjes. Ze hadden rubberen wieltjes, die al zo ver waren afgesleten dat ze bijna vierkant waren. Het was geen pretje om er op te rijden en ik liet mijn oog vallen op de rolschaatsen van mijn middelste broer. Die had dezelfde als mijn oudste broer, maar had er kennelijk weinig mee gedaan, de wielen zagen er rond uit. Maar nee, dit paar was bestemd voor mijn jongste broer, die ook wilde rolschaatsen.
Bij ons in de straat was een winkel waar ze naast huishoudelijke zaken ook speelgoed verkochten en in de etalage stonden prachtige rolschaatsen, van het merk Esmi. Mooi, glimmend, afgewerkt met rood leer en met grote ronde wielen.
Elke dag kwam ik er langs en keek ernaar. ’s Nachts droomde ik ervan. Hoe hard zou ik daar niet op kunnen gaan… Maar ik zag ook elke dag de prijs: wel 25 gulden. En die had ik niet. Ik had al wel een ‘baantje’: afwashulp bij de bakker en dat leverde me 2,50 gulden per week op. Sparen zou een hele tijd duren, want tot deze grote wens in beeld kwam ging mijn geld altijd gemakkelijk op aan boeken, ijsjes, verjaardagscadeautjes, tja, wat niet al.
Het sparen viel niet mee. En dus vroeg ik mijn vader om een lening. Hij was niet enthousiast: ,,Je moet er gewoon voor sparen, dat is veel beter.’’ Toch haalde hij zijn hand over zijn hart en gaf me het benodigde geld. Ik rende naar de winkel en kocht mijn Esmi-droom. Weer thuis liet ik ze glunderend aan iedereen zien, alvorens ik vertrok voor een triomfrondje.
Wat een afstanden heb ik op die dingen afgelegd, vooral op de Scheldeboulevard die toen werd aangelegd. Een heerlijke strook asfaltweg, ruimte zat om wedstrijdjes te rijden. Het was ronduit genieten: de wielen bleven prachtig rond, de bandjes zaten altijd goed, kortom: ze reden geweldig. Elke week leverde ik trouw mijn verdiende geld in bij mijn vader.
Zes jaar later was het over en uit met de pret toen het achterste wielblok van mijn rechterrolschaats afbrak. Rolschaatsheldin ben ik niet geworden, maar ik heb er veel plezier mee gehad.
foto boven: De Olympische Winterspelen in Grenoble in 1968. Kees Verkerk (voorop), met vlak achter zich Ard Schenk tijdens een trainingsronde. | foto Ron Kroon/Anefo/Nationaal Archief






Geen reacties