Over bewaren in een lucifersdoosje

door Rinus Willemsen

In mijn huizenblok woont een doe-het-zelver. Een man die op zaterdag altijd bezig is met klussen. Ik hoor hem geregeld timmeren en boren. Ja, ons huizenblok is destijds uit één blok beton gemaakt.

Nu kan ik nogal wat hebben, maar soms is dat anders! Dat komt misschien omdat ik geen klusser ben en ook nooit geweest ben. Je mag het best wel weten: ik ben onhandig. Geen twee, maar drie linkse handen.

Dat boren doet me trouwens spontaan denken aan vroeger. We woonden vlak tegenover een huis in Biervliet, waarin op dinsdag- en vrijdagmiddag tandarts Streefkerk uit Breskens zitting hield. Met zijn rode personenauto kwam hij dan aangereden en samen met zijn assistente laadde hij de boormachine uit. Samen brachten ze dat zware ding in de voorkamer. Die was dan een paar uur de praktijkruimte. De buurvrouw had dan achter de glasgordijnen lakens gespannen, zodat inkijk onmogelijk was. Maar in de winter, als de lampen brandden boven die boormachine, dan was het toch mogelijk vanaf de straat de contouren van de tandarts, de assistente en de patiënt te zien.

Ja, een soort schimmenspel speelde zich dan daar af.

Ook hoorde je dan het boren en dat maakte diepe indruk op me.

Nee, bij mij is er nooit geboord. Wel trok de tandarts eens een kies bij me. ,,Die staat in de weg”, zei hij ,,en die moet eruit.” Met een handige beweging ging die er dan ook uit. Ik nam hem mee naar huis en legde hem in een doosje. Een lucifersdoosje.

Toen ik vorige week mijn kast opruimde kwam ik hem tegen. Dit hele verhaal kwam weer naar boven.

foto: Het huis waarin tandarts Streefkerk uit Breskens zitting hield in Biervliet. | foto Rinus Willemsen

Geen reacties

Geef een reactie