Bij onweer naar binnen
door Johanna Brouwer
Op een boerderij kun je natuurlijk eindeloos buiten spelen: ruimte genoeg en er zijn altijd wel stokken, zakken en touwen te vinden waarmee je aan de slag kunt. En er mag gelukkig veel.
Eigenlijk zijn er maar drie regels waar je je aan moet houden: 1) niks in je mond steken, 2) niet aan dode beesten zitten en 3) als je tussen flits en donderklap niet meer tot tien kunt tellen, dan als de bliksem naar binnen.
En niet alleen zelf naar binnen, ook m’n fiets en de melkbussen moeten naar binnen, want glimmende dingen trekken de bliksem aan. Zeggen ze. En voor het raam staan mag al helemaal niet, terwijl we toch een bliksemafleider op het dak hebben. Gewoon aan tafel zitten en wachten tot de bui is overgetrokken. Zelfs ’s nachts gaan mijn ouders bij zwaar onweer uit bed.
Lang heb ik gedacht, dat het bij iedereen zo ging als het onweerde en dat iedereen een bliksemafleider had, maar dat bleek toch anders te liggen. De bliksemafleider had mijn opa naar vaderskant betaald, omdat het vroeger bij hem op de boerderij bij Westkapelle eens verschrikkelijk verkeerd was afgelopen. De (bol)bliksem sloeg in en er vielen drie doden: een oudere zus van m’n vader, zijn grootvader en een nichtje dat toevallig in huis was. Opa liet de boerderij steen voor steen afbreken en binnen de bebouwde kom van het dorp opnieuw opbouwen.
Op de plek waar de boerderij stond, bevindt zich nu een nieuwbouwwijk die de passende naam ‘t Hofje heeft gekregen. Dit jaar is het 120 jaar geleden dat het drama zich afspeelde, maar ik moet er altijd aan denken als het fel onweert.
foto boven: Onweer. | foto iStock/Mihai Simona




Geen reacties