De hond liet zich niet foppen
THEMAKRANT DIEREN ALS GEZELSCHAP (editie 28, voorjaar 2026)
door Wim van Gorsel
Mijn opa Marinus van Gorsel woonde tot zijn overlijden (1970) in een klein arbeidershuisje aan de Westvest in St. Maartensdijk. Behalve een klein stukje pachtland wat hij beheerde, hield hij achter zijn huisje enkele dieren als bijverdienste. In het boekje ‘Jewannes vertelt’ (W. van Gorsel, eigen uitgave, 1997) vertelt mijn vader Johannes van Gorsel (1922-2014) hierover.
Ons varken was ons grootste bezit. Het werd altijd in november als biggetje gekocht van een handelaar op de markt. Dat kostte ons een gulden of twaalf. Daarna werd hij een heel jaar vet gemest. Van ons land kreeg hij altijd de opgespaarde kleine aardappelen, in de volksmond ook wel de ‘vearekenspetoaten’ genoemd. Deze werden in een grote pot gekookt en gemengd met wat geitenmelk. Verder kreeg hij alle etensoverschotten van de maaltijden.
Als het jaar bijna voorbij was, in november, kwam de slachter ons varken altijd ophalen. Hij was dan inmiddels 400 tot 500 pond zwaar en rijp om geslacht te worden. Het beest werd lopend naar de slachtplaats geleid. Nadat het was gedood en het haar eraf gebrand werd het met een rolslee naar huis gebracht en daar door de slachter in stukken ontleed. De slachter wist dan precies welk deel waarvoor bestemd was.
Geitenmelk
Onze geiten hielden we voor de melk. Elke dag dronken we daar wel wat van. Dat was zeer gezond want een geit eet alleen maar zuiver, onvervuild voer. Voor de eieren hadden we natuurlijk de kippen. Vader was er altijd alert op dat ze bleven leggen, want anders moest zo’n beestje geslacht worden. Dat klusje liet hij mij meestal opknappen. Dan legde ik ‘m op een paal en sloeg de kop eraf. Daarna moest je ‘m in lauw water dompelen, dan gingen de veren er makkelijk af.
Nadat we in augustus door onze voorraad varkensvlees heen waren, slachtten we af en toe ook nog wat konijnen. Toch hielden we deze beesten meer voor de verkoop. Als het dan tegen het eind van het jaar liep hadden we wel 80 tot 100 konijnen gefokt. Die gingen allemaal naar de kerstmarkt in Rotterdam. Daar leverden ze altijd goed geld op. Soms hielden we daar wel een paar honderd gulden aan over.
Ongedierte
Af en toe kwam vader ook wel eens thuis met een hond. Die had hij dan voor een paar kwartjes bij een boer op de kop getikt. Zo’n beest werd door ons gehouden om ongedierte te vangen. Maar hij moest wel goed zijn werk doen, want vader en moeder konden geen kostgangers gebruiken. Zo weet ik nog wel dat vader op een gegeven moment van een hond af wilde omdat hij te lui werd. Dus nam hij ‘m op een dag op de fiets mee naar Tholen en ging met het pontje verder naar Bergen op Zoom. Op de Antwerpsestraatweg gekomen joeg hij ‘m weg en zag ‘m verder niet meer. Toen hij ’s avonds thuis kwam zei hij tegen moeder dat ze nu toch eindelijk eens van die hond verlost waren. ‘Ja, dat had je gedroomd’, zei moeder. ‘Hij ligt al een halve dag achter de kachel te slapen’. Dat beest was vanuit Bergen op Zoom de Eendracht overgezwommen en was als een speer weer naar St. Maartensdijk gelopen…
foto boven: Een geit in de wei. | foto Public Domain Pictures



Geen reacties