De paardenbus
door Bas de Leeuw
Mijn geboortehuis stond aan de Polderstraat in Zaamslag, het huis van de bovenmeester, vastgebouwd aan de school, met het schoolplein vlak naast de deur.
Mijn vader was het ‘hoofd der school’. Als klein manneke mocht ik mij verheugen in de belangstelling van de meisjes van de hoogste klas, die graag tijdens het speelkwartier een straatje om gingen met ‘Basje van de meester’.
Een andere attractie was de paardenbus. Dagelijks reed die de polder in, tot aan de zeedijk bij De Griete om daar de polderkinderen op te halen en na schooltijd ook weer terug te brengen. Soms mocht ik een stukje meerijden, tot aan het eind van de straat, zittend naast de voerman, met uitzicht op de kont van het paard. Die bus heeft ooit bijna een bestuurscrisis veroorzaakt, omdat anderen het niet eerlijk vonden dat die bus slechts een deel van de polder bediende.
Op den duur nam een gemotoriseerde versie het vervoer over. Garage De Keijzer, een paar huizen verderop in de straat schafte een bus aan voor de dagelijkse rit. Een van de passagiers van weleer vertelde later dat zij een keer een list hadden bedacht. Op de plek waar zij op de bus moesten wachten hadden zij zich achter de dijk verstopt. Toen de chauffeur geen kinderen aantrof reed hij onverrichter zake terug: ‘zeker een vrije dag…’ Helaas voor de spijbelende jeugd praatte een klein broertje thuis zijn mond voorbij en werden de kinderen alsnog op school afgeleverd.
Het einde van de paardenbus betekende ook het einde van het paard. Mijn moeder vertelde later hoe zij met weemoed de paardenbus nakeek bij zijn laatste rit. Zij wist dat het paard de week daarop naar de slager zou gaan. Dat had zij wijselijk voor ons verzwegen.



Geen reacties