Een paardenkracht op vier benen

door Johanna Brouwer

Eén PK, daar deed mijn vader vroeger al het werk mee op het land rondom de boerderij. Die paardenkracht was een Belgisch trekpaard, dat had bijna iedereen in de wijde omtrek. Het eerste paard dat in 1951 voet op de boerderij zette heette Nora. Ze had een mooie bruine kleur en ze was heel sterk.

Nora trok in het najaar de ploeg en in het voorjaar de eg en de zaaimachine. Daarna kwam de brietskrats, een landbouwwerktuig dat bestond uit drie grote geschakelde gietijzeren rollen en dat eigenlijk Cambridge Wals heette. Maar dat woord was voor een kleuter van twee nog een beetje te moeilijk om uit te spreken en goed te onthouden. En omdat mijn vader er niet van hield om woorden te versimpelen ontstond het woord brietskrats. Zo heeft het ding geheten totdat het verkocht werd in 1983.

Nora trok ook de Miedema bandenwagen overal naar toe. In de jaren ’50 en ’60 werd de wagen gevuld met suikerbieten. Die schepten mijn vader en de knecht met een riek van het land zo – hup – op de wagen. Daar lag dan al het bietennet op. Als de wagen vol was, stapte Nora de volgende dag naar de Loskade in Middelburg waar de bieten in een vrachtschip gehesen werden. Het bietennet werd aan een hijskraan vastgemaakt en daarna zwaaiden de bieten zo het ruim in. Het lege net kwam weer netjes op de wagen terecht. Dat was een leuk uitstapje voor Nora, want op asfalt en straatstenen rijdt zo’n bandenwagen best lekker. In ieder geval een stuk minder zwaar dan op slikkerige kleigrond. In de jaren ’70 veranderde dat allemaal: er kwam een grote bietenrooier met een lege wagen over het erf gereden en als die na een paar uur volgeladen weer wegreed, toeterde de bestuurder nog even. De rekening kwam met de postbode.

Nora zorgde er ook voor dat het hooi en de strobalen in de schuur belandden. In de eerste jaren ook de graanschoven en de erwten- en bonenoogst. Die werden dan later in de herfst in de schuur gedorst met een ingehuurde dorsmachine.

In de zomer ging Nora naar het ringrijden op het Molenwater in Middelburg. Ik had van crêpepapier pomponnetjes geprutst en die bonden we in haar manen. Onze knecht (zo noemde je een medewerker in die jaren) borstelde haar vacht nog even op en dan gingen ze samen naar de stad. ’s Middags gingen we dan even kijken. Ik kreeg een ijsje en Nora kwispelde vrolijk met haar staartje.

foto: Nora vond het prima als ik op haar rug zat. Mijn moeder hield het hoofdstel goed vast. | foto privéarchief Johanna Brouwer

Geen reacties

Geef een reactie