Examenjaar

door Margreeth Ernens-Abrahamse

Het is weer examentijd, spannende weken voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ook ik moest er ooit aan geloven. Door het jaar heen schoolonderzoeken doen (zo heetten de examens die het Zeldenrustcollege in Terneuzen zelf afnam) en daarna het centraal schriftelijk.

Eind november van dat laatste schooljaar slipte ik met mijn brommer op een gladde weg. Het had die zondagavond flink geijzeld en ik viel hard op mijn snufferd. Gedurende de avond zwol mijn rechterhand op en begon pijnlijk te kloppen. ,,Ach’’, zei mijn moeder, ,,ik zal het wel even masseren.’’  Het hielp niets. Dus maandagochtend ging ik op de fiets naar de huisarts, die me meteen doorstuurde naar het ziekenhuis.

Daar wezen de foto’s uit dat er een stukje bot van mijn duimgewricht af was dat bovendien verschoven was. ,,Ah, jongedame’’, begroette de dokter mij, ,,ik zie dat er wat met u aan de hand is.’’ Ik kon er niet echt om lachen. Er werd een stalen pinnetje dwars door mijn duimtopje gestoken en daaraan kwamen elastiekjes die aan een aluminium boogje in het verlengde van mijn duim zaten. Gips eromheen, mitella om en naar huis. Daar kreeg ik een aspirientje en toen moest ik naar school.

Ik verging van de pijn, want er zitten heel veel zenuwuiteinden in zo’n duimtopje zo ondervond ik al heel snel. Stoten was geen optie, dus alles moest heel voorzichtig gebeuren. En aan- en uitkleden was ook wel een dingetje met die grote toeter aan mijn duim.

Nu ben ik heel rechts georiënteerd wat mijn handen aangaat, dus schrijven was onmogelijk. In zo’n laatste schooljaar is het toch wel zaak om goed op te letten, dus ik vroeg mijn klasgenoten om hun aantekeningen. Die mocht ik kopiëren bij de schoolsecretaresse. Maar schoolonderzoeken werden schriftelijk afgenomen en dat was toch echt een probleem. Er werd over vergaderd door de leraren en ze besloten dat ik ze mondeling mocht doen zolang ik in het gips zat, want het moest wel tegelijk gebeuren met mijn klasgenoten. Of dat mondeling afleggen een voordeel is geweest weet ik niet, maar ik haalde ze allemaal.

Kranten bezorgen

Intussen had ik ook nog mijn baantje als krantenbezorger, de ene week nam broer Rienk de wijk voor zijn rekening, de andere week ik. Maar tegelijk een fiets vasthouden en een krant in de bus doen was ondoenlijk met die gipshand. Vriend Marcel stak een handje toe en samen hebben we de kranten die weken bezorgd.

Met mijn clubvrienden vierde ik natuurlijk Sinterklaas: lootjes trekken en surprises en gedichten maken. En u raadt het al: ik werd stevig geplaagd met mijn handicap. Mijn Sint had een prachtige gipshand voor mij gemaakt met een lange boog aan de duim. Hij wenste mij veel sterkte met mijn examen en ik moest vooral mijn duim opsteken.

Het centraal schriftelijk kon ik weer gewoon meedoen: mijn hand was net op tijd uit het gips. Ik ben met mooie cijfers geslaagd. En mijn duim? Na ruim 50 jaar kun je nog steeds zien of het vochtig, koud weer is, want dan zwelt-ie pijnlijk op. Maar ik kan altijd een duimpje opsteken als het goed gaat!

Foto: In het gips: je kunt de grote onhandige toeter aan mijn duim goed zien. | foto privéarchief Margreeth Ernens

Geen reacties

Geef een reactie