Adje

door Margreeth Ernens-Abrahamse

Adje was mijn beste vriendje toen ik vijf was. Hij was mijn bijna-buurjongetje van een paar huizen verderop en een stuk ouder, wel een heel jaar, en hij wist altijd alles. We ontdekten samen dat de wereld soms knap ingewikkeld in elkaar steekt.

We gingen dagelijks naar de kleuterschool. Die was niet zo ver van ons huis, en we liepen er dan ook helemaal zelfstandig naar toe, ook al moesten we een drukke weg oversteken. De kleuterschool stond naast de brandweerkazerne. Aan de andere kant was een smederij gevestigd, waar we allerlei interessante dingen zagen, maar waar de mannen ons altijd wegstuurden.

Tegenover het schooltje lag de Schependijk. Bovenop stond een strook bomen en achter de dijk lagen de binnenvaartschepen. Dat ‘bosje’ op de dijk oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons uit. En dus opperde Adje op een mooie middag het spannende plan om te gaan spijbelen. ,,Spijbelen? Wat is dat?’’ ,,Nou, dan gaan we gewoon niet naar school, maar in dat bos spelen’’, verduidelijkte hij.

Zo gezegd, zo gedaan. We renden stiekem het dijkje op en zagen hoe alle andere kinderen netjes met de juffen naar binnen gingen. Na een poosje hadden we het hele bos wel gezien. We besloten een wandelingetje te maken, alvast richting huis. Vlakbij ons huis zag ik ineens mijn vader in zijn auto rijden en verschrikt verstopten we ons. Had hij ons ook gezien? Maar hij reed door en mijn partner-in-crime en ik liepen gauw een zijstraat in.

,,Zullen we doen wie het verst kan plassen’’, stelde Adje voor. Maar ja, een jongetje plast nu eenmaal anders dan een meisje, dat wist ik wel. Bovendien weigerde ik mijn broekje uit te doen, dus ik verloor de wedstrijd al bij voorbaat glansrijk.

Verveeld liepen we de hele binnenstad door, wachtend tot het eindelijk tijd was dat we naar huis konden en hopend dat niemand ons zou zien.

Het duurde heel erg lang vonden we, en toen Adje het bedrijfsbusje van zijn vader achter hun huis zag staan, vond hij het een goed plan om daarin te wachten. De achterdeur van het busje was gewoon open en we kropen snel naar binnen. Het was een warme dag en we waren door alle spanning eigenlijk wel moe en algauw moeten we in slaap zijn gevallen.

We hebben dan ook gemist dat iedereen naar ons op zoek was en ons ongerust riep. Pas ruim na etenstijd werden we gevonden.

Wat voor straf we kregen, weet ik niet meer (en het zal dus ook niet zo veel indruk hebben gemaakt), maar we hadden wel geleerd dat niet alles is wat het lijkt: onze stiekeme vrije middag was helemaal niet zo leuk achteraf, en al zeker niet omdat Adje en ik een poosje niet met elkaar mochten spelen.

Foto boven: Axelse brug in Terneuzen met op de achtergrond onze kleuterschool.

Adje en ik met onze kleuterklas. | fotoarchief Margreeth Abrahamse

1 Reactie
  • Jopie Meerman
    Geplaatst op 09:19h, 29 oktober Beantwoorden

    Mooi verhaal Margreeth. Je verhaal doet me aan m’n broer denken. Wij , mijn zus en ik, dus ook mijn 9 jaar jongere broer, gingen naar een christelijke kleuterschool. Maar mijn broer voelde meer voor de juf van de openbare kleuterschool. Hij ging dus, zonder het thuis te vertellen, naar de school van zijn keuze. De volgende dag sprak de juf mijn moeder aan en vroeg of ze Leen toch maar wilde komen halen.
    Hij was zeer verontwaardigd, ging veel liever naar juffrouw Jo! Nu moet ik er wel bij vertellen dat deze Jo in Tholen een icoon was!

Geef een reactie