Armoede

Dag in dag uit brengen radio, televisie en alle social media beroerde berichten over medelanders die in armoede leven. Omdat ze al weinig geld hebben en de energieprijs door de sancties tegen agressief Rusland torenhoog is. We lezen over kinderen die zonder ontbijt naar school gaan. En altijd is de wasmachine-die-stuk-gaat het klassieke voorbeeld van financiële problemen. Want als dat gebeurt is er geen geld om een nieuwe te kopen.

Het voerde me in gedachten terug naar mijn kinderjaren. Waren wij rijk of waren we arm? Het eerste zeker niet. Mijn vader was fabrieksarbeider bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde, die ik op verjaardagen hoorde praten over loonsverhogingen van een halve of een hele cent. Per uur. We woonden in een ‘Schelde-woning’, die was geregeld door tussenkomst van een maatschappelijk werkster met de voor mij wonderlijke naam ‘zuster De Priester’.

Mijn moeder was huisvrouw tot mijn tiende en ging daarna werken om de studie van mijn broer te kunnen betalen. We kregen te eten, soms met groenten uit eigen tuin. Sobere maar voedzame maaltijden, met weinig vlees. Op vrijdag een gekookt ei met prei en een boterjus voor over de aardappelen.

We hadden ook zomer- en winterkleding. Door het leeftijdsverschil van vijf jaar met mijn broer heb ik nooit afdragertjes van hem aan gehad. Wel werd ik soms meegenomen naar een bevriende familie die een zak met kleding had van een knul die ik niet aardig vond, maar van wie ik wel een trui en een broek moest dragen. In ruil kreeg die familie voor een van hun kinderen het matrozenpakje van mijn broer, dat ik (voor zover ik weet) niet heb gedragen.

Als de kolen voor de winter moesten worden gekocht, onderzocht mijn vader waar ze het goedkoopst waren. Dan gingen we samen op de fiets naar een kolenboer in Oost-Souburg en bestelde hij een mud antraciet, want die gaf weinig as en veel warmte. De kolenkachel stond in de woonkamer. In de slaapkamers was geen verwarming. In de winter stonden de ijsbloemen op de ramen en dat vonden we prachtig. We sliepen onder zware dekens. Soms werd de oude legerjas van mijn vader over ons heen gelegd en kregen we een kruik om onze voeten te verwarmen.

Op vakantie gingen we nooit, want het vakantiegeld ging op aan kolen en andere noodzakelijke aankopen. In plaats van een vakantiereis bouwde je in de achtertuin van oude, muffe dekens een tentje en heel soms ging je naar het strand met in een plastic zakje een paar boterhammen met hagelslag die rond het middaguur al gesmolten was. Waren we arm? Ik heb het nooit zo gevoeld. Want opgroeien in een warm gezin was rijkdom.

Foto. Poseren voor de fotograaf: broer in het matrozenpakje dat ik nooit heb gedragen. | foto familiearchief Peter de Jonge

1 Reactie
  • alkort@zeelandnet.nl
    Geplaatst op 18:10h, 04 november Beantwoorden

    Herkenbaar verhaal. Goed tijdsbeeld.
    Als katholieken aten we op vrijdag geen vlees. Gekookte aardappelen, worteltjes, kabeljauw en botersaus…😝

Geef een reactie