De zomer één groot feest

THEMAKRANT FEESTEN EN FESTIJNEN (editie 17, JUNI 2023)

 

door Jan van Damme

Zomer in Zeeland. Lekker onderuit aan de vloedlijn, denk je dan. Maar zo simpel is het niet. Nu niet. En ook een halve eeuw geleden niet.

 

Met de groeiende stroom zon- en zeezoekers was er in elk dorp, in elke polder, op elke straathoek wel een festival, een wedstrijd of een markt. Van Visserijfeesten tot Thoolse en Brouwse dagen, van ronkende trekkertrekevenementen en glimmende oldtimerritten tot kunst- en rommelmarkten en circussen met leeuwen en tijgers. En natuurlijk theater en muziek, veel muziek uit de tijd van lange haren, stickies en wijde broekspijpen. Voor zo veel vertier staan we in dit nieuwe nummer van Zeeuws Weerzien even op uit onze strandstoel.

Als je in West-Zeeuws-Vlaanderen opgroeide, kreeg je in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw al een flinke tik mee van al die zomerse gezelligheid. Groede was er vroeg bij met een kunstmarkt rond de Grote Kerk. In Oostburg zorgden de boeren voor vee op de markt en ik zag er voor het eerst een kersenpitspuwwedstrijd. In Waterlandkerkje maakten de Meerminnefeesten naam en in Breskens kon je tijdens de Visserijfeesten over de hoofden lopen, want wie wilde er nou geen gratis bekertje garnalen?

Tractorchauffeur

Aan mij ging het grootste deel van die zomerse feestlust voorbij. Mijn vader en mijn broer Jacques kochten stro op bij de boeren in de omgeving en dat moest precies tijdens die zomerse weken van het land worden gehaald. Al op mijn tiende werd ik bevorderd tot tractorchauffeur met de stroladder ernaast. Ik kon nog niet bij de koppeling, daarvoor moest ik op het treeplankje gaan staan. Over de polderwegen en binnendijken zag ik kleurige fietsgroepen voorbijtrekken met emmers en schepjes, in de avonduren scheurden de kwajongens van toen naar hun meisjes en hun feesten. Zij wel. Maar ik was blij met de tractoruitlaat waar ’s avonds muggen omheen zwermden. Ik leerde jong bier drinken. Als we de laatste vracht met stro met touwen hadden gezekerd, stond er een kratje klaar in de achterbak van de auto.

Trèzement

Eén festival heb ik van nabij meegemaakt. Het zal de dagen voorafgaand aan die achtste augustus 1981 geregend hebben, anders had ik er geen tijd voor gehad. Twee Terneuzense jongens hadden het plan bedacht om op een grasland tussen Cadzand-dorp en Retranchement een groots popfestival op te zetten. Ze boekten de in die tijd grote namen: Vitesse, Kaz Lux, Bram Vermeulen. Aan de voorbereidingen heeft het niet gelegen. Er werd campingbreed gefolderd in Zeeuws-Vlaanderen en over de grens en ook nog op Walcheren. Op de ochtend van het concert cirkelde er een vliegtuigje met spandoek boven de stranden: in Trèzement is het te doen.

Eén biertap

Ik ben er die zaterdagmiddag en -avond geweest. Prachtig, niet te warm weer. Het podium met de met speakers opgebouwde geluidswallen was indrukwekkend. Er was één biertap. En wat kramen met tweedehandsboeken en van bloemetjes voorziene hippiejurken. De wietlucht waaierde vrolijk over het terrein. Allemaal dik in orde. Alleen: waar was het publiek? Voor het podium klonterde een groepje samen dat lawaai maakte na elke solo. Voor de rest oogde het weiland akelig leeg en had de boer er makkelijk zijn koeien kunnen laten staan. Vijfhonderd bezoekers, zeiden de organisatoren na afloop. Ik denk dat ze optimistisch hebben geteld. Hoe dan ook waren het er veel minder dan de drieduizend waarop ze hadden gehoopt. Dat zal ze dus een aardige zakcent hebben gekost.

Tijd ver vooruit

Achteraf bezien waren de Zeeuws-Vlaamse mannen hun tijd vooruit. Festivals als Vestrock en Concert at Sea trokken pas na het jaar 2000 massa’s muziekliefhebbers uit het hele land. Ik vind het nog altijd sneu voor die Terneuzense jongens. En voor West-Zeeuws-Vlaanderen, geen Woodstock in de polder. Hoewel, ach ja, zo’n streek heeft zo’n massaal  gebeuren niet nodig. Laat de boer daar maar koning zijn. Wie goed luistert, hoort Jimi Hendrix en The Who in het geronk van zijn tractormotor.

foto Wikimedia

Geen reacties

Geef een reactie