Een pony met een goed geheugen
THEMAKRANT DIEREN ALS GEZELSCHAP (editie 28, voorjaar 2026)
door Mieke van der Jagt
Paardenmeisjes waren het, maar niet van die klassieke. Die rijden elke week een keurig rondje bij de manege en tekenen de rest van de week paardenkoppen. Niet die van ons, die zaten gewoon hele dagen in de stront.
Mijn zusjes Carolien en Jacquelien zorgden vanaf een jaar of zes dat ze in de buurt van paarden konden zijn. Eerst bij Joske Toet (zijn echte achternaam ken ik niet), een wat ouder mannetje met een gele helm, op een brommertje met een strootje in zijn mond en een kistje achterop. Hij woonde in de Blinden Dèrm, een doodlopend zijstraatje waarachter nog wat vuile veldjes waren waar hij pony’s, hitjes en soms ook echte paarden hield voor de handel.
Af een toe een rondje lopen was goed voor die knolletjes en die tweeling van ons klom er maar al te graag bovenop. Toetje had één probleempony, Patrick, die weliswaar telkens verkocht, maar ook weer snel teruggebracht werd. Zodra er iemand op zijn rug zat, schopte hij de ruiter tegen een been, wat dan van schrik omhoog ging zodat Patrick erin kon bijten. Dat was zijn truc maar bij de tweeling, die kennelijk overwicht had, durfde hij dat niet meer. Ze moesten dus regelmatig komen showrijden als Joske weer eens een koper had gevonden.
Goudmijn
Vanzelfsprekend kregen de kopers minder terug als ze het beestje kort daarop terugbrachten: goudmijn, die tweeling!
Omdat ze zo handig waren, kregen ze de beschikking over Paultje, het bezit van een ex-paardenmeisje. Dat was uitgekeken op de verzorging en de verplichte ritjes op haar pony. De tweeling nam dat allemaal maar al te graag over.
Om te voorkomen dat het beestje bij een uitbraak zoek zou raken, moesten ze van mijn moeder voor elke rit eerst een boterham met suiker komen halen. Hij zou dan, was het idee, meteen koers zetten naar onze tuin als hij ergens zou ontsnappen.
Wij waren allemaal best aardig voor Paultje, met uitzondering van mijn oma. Die vond het maar een smerig beest. Ze had de gewoonte emmers water naar vreemde katten te gooien als die in tuin kwamen. Dat deed ze dus ook een keer bij Paultje toen hij te dicht in haar buurt kwam.
Daarna was het oorlog tussen die twee. Mijn oma, die slecht alleen kon zijn, was zelden in haar eigen flat en Paultje kwam bijna dagelijks bij ons in de tuin. Zodra hij mijn oma in het oog kreeg, trok hij zijn lippen op en stormde op haar af om haar te bijten, hup achter haar aan de keuken in. Ze is er altijd wel zonder kleerscheuren vanaf gekomen maar niet omdat er iemand van ons te hulp schoot. Eigen schuld, vonden wij.
Foto: Mijn zwager Ton de Jong, dwong de tweeling een keer voor de foto samen op Paultje te klimmen. Jacquelien voorop en Carolien (met de pest in) achterop.



Annekejakobsen@gail.com
Geplaatst op 13:34h, 06 meiLeuk verhaal over de pony. Ook ik had tweelingzusjes die veel met dieren konden. Ze bonden onze poes een halsbandje om en gingen er mee wandelen, want ja ze kregen geen hondje. De poes vond dat prima. Ook schijnt het dat ze dat met een kip deden. Bewijs is er niet want mijn ouders hadden geen fototoestel