Eilandverbindingen

door Frans van de Velde

Mijn vader reisde graag door Zeeland, dat toen bijna helemaal uit losse eilanden bestond.

Er vielen dus wel wat autokilometers te maken op lange zondagse autoritten als mijn vader ons gezin de vorderingen van nieuwe wegen en dijken ging laten zien. Op de A58-route en de afsluitdijk van de Zeeuws-Vlaamse Braakman na heb ik alle eilandverbindingen gebouwd zien worden. De plattegrond van het huidige Zeeland (landelijke organisaties voegen er vaak Goeree-Overflakkee aan toe) geven ze keurig weer (de positie en verbindingen van Sint-Philipsland daarentegen zijn mij hier een raadsel . . .).

Met het Deltaplan was besloten alles aan elkaar knopen. Als jong ventje vond ik de sluiting van het Veerse Gat geweldig, daarna werd de bouw van de Oosterscheldebrug mijn favoriet. Vanuit mijn pa’s geliefde restaurant in Colijnsplaat zagen we pijler na pijler tot stand komen. Hoe geweldig was heel veel jaren later de eerste keer dat we bij het tolhuisje een bonnetje van de meerrittenkaart afgaven en die eindeloze lange brug opreden. Veel mensen vonden het eng en ik vond de eerste keer zelf rijden, weer veel later, ook best spannend.

Heel bijzonder in de bouw en aanleg van wat we nu de dammenroute noemen was de grote kabelbaan vanaf Schouwen naar het werkeiland Neeltje Jans. Dat stuk Oosterschelde zou helemaal met grote betonblokken worden gedicht. Die werden door grote cabines over de kabelbaan aangevoerd en van grote hoogte in zee geplonsd. Totdat werd besloten er een doorlaatdam van te maken. Een technologisch hoogstaand project, door overenthousiaste bestuurders en politici aangeduid als een nieuw wereldwonder.

Mijn vader was enthousiast maar vond dit zwaar overdreven. Hij heeft de bouwstart van de pijlerdam nog meegemaakt – wat zou hij er graag overheen zijn gereden!

Geen reacties

Geef een reactie