Japie zwom van links naar rechts

THEMAKRANT DIEREN ALS GEZELSCHAP (editie 28, voorjaar 2026)

 

door Jan van Damme

In de loop van de vorige eeuw kregen dieren een vaste plek in huis. Wat ooit vooral nut had op het erf, werd gezelschap in de huiskamer. De hond bij de kachel, de kat op de stoel, het konijn op de kinderkamer of de parkiet voor het raam, het werd gewoon. In dit nummer van Zeeuws Weerzien herinneren we ons de nieuwe huisvrienden. En er was Japie, een oranje goudvis in een kom op het dressoir.

Het zaadje moet geplant zijn bij de kapper in Breskens, begin jaren zestig. Dat knippen was niet mijn grootste hobby. Je kwam toch altijd danig opgeschoren weer thuis, al had ik daar zelf niet zo’n oog voor. Maar die kapper in zijn blauwe schortjas had voor mij een attractie in petto. Achterin de entree van zijn zaak had hij een forse kom staan met wel drie of vier goudvissen. Die wil jij natuurlijk zien voor we gaan knippen, was zijn vaste uitnodiging. En je wil ze vast ook eten geven. Dat klopte allemaal. De kapper kon vanaf dat moment bij mij niet meer stuk.

Maar ja, zoals dat gaat. Misschien moest mijn haar eens in de twee of drie maanden worden gefatsoeneerd. Dus zo dikwijls kreeg ik die vissen niet te zien. Laat staan dat ik ze eten mocht geven. Ik ga ervan uit dat het mijn idee geweest is. Al sluit ik niet uit dat mijn vader mijn vissenliefde signaleerde en zijn conclusies trok.

Waterplantje

Opeens stond er op het kastje in de hoek van de woonkamer een kom met een oranje goudvis. Op de bodem lag een laagje witte kiezelstenen. Daaruit stak een niet erg florerend waterplantje omhoog.

Het visje werd Japie genoemd. Die naam was ik tegengekomen voor een konijn in één van mijn Leks en Reksboeken, waarin een pittige terriër en een wat melancholieke jachthond de hoofdrollen spelen.

Enkele tips

Japie dus. Hij zwom van links naar rechts en weer terug. Ik kreeg enkele tips. Over de hoeveelheid voedsel die ik mocht geven. En dat ik niet de hele tijd tegen de kom moest kloppen. En als het zonnig was, dan mocht ik de luxaflex een eindje laten zakken om te voorkomen dat het water te veel zou opwarmen.

Een heus huisdier. Mijn eerste. Ik was de koning te rijk.

Waarschijnlijk was het een poging me wat verantwoordelijkheidsgevoel bij te brengen. Een huisdier is niet alleen maar pret. Nu is een goudvis toch al niet bovenmatig aaibaar, maar je kunt wel je Kapitein Nemoverhalen tegen hem vertellen. Daarna was het de hoogste tijd om het water in de kom te verversen. Dat was een onderneming die enige accuratesse vroeg. Je vulde de wasbak op de slaapkamer boven, betrok water uit zowel de warme als de koude kraan om de vis geen koudeshock te bezorgen en dompelde de kom onder, zodat Japie in de wasbak kon gaan zwemmen.

Afwas

De vissenkom bracht ik naar beneden voor de middagse afwas.

Een half uur later kwam ik boven. De stop van de wasbak bleek verouderd, of ik had hem niet hard genoeg dichtgeduwd. Het water was weggestroomd. Japie lag op de witte rand van de wasbak. Roerloos.

In familiekring wordt nog altijd gefluisterd dat ik sindsdien Beatle wilde worden.

foto: Poes Ziggy van Tanja de Vries uit Tholen, inmiddels bijna 16 jaar oud, deelde tot enkele jaren geleden het water uit de vissenkom met de goudvis. Met dien verstande dat de poes van het water dronk en de vis er in rondzwom. Inmiddels haalt Ziggy die capriolen niet meer uit. Door ouderdom lijdt ze aan artrose en slaapt ze vrijwel de hele dag. Of de goudvis haar gezelschap mist is niet bekend. | Foto familie De Vries

Geen reacties

Geef een reactie