Kreeg je ’n kind, dan ging je ‘r een stuitje uut

Kee de Witte (80) jaar uit Westkapelle is het oudste koorlid van het Westkappels koor. Ze vertelt over haar belevenissen met het koor, dat dit jaar 100 jaar bestaat. ,,Als jong meisje op Westkapelle wou je heel graag bij het koor.”

Kee heeft mooie verhalen over al haar belevenissen met het koor. Ze vertelt enthousiast, en natuurlijk op z’n Wasschappels. Maar voor de lezer hier in het Nederlands geschreven.

Kee: ,,Als ons koor haar 100-jarig bestaan viert, ben ik 66 jaar lid, vanaf 1954. En ik zing nog altijd met heel veel plezier.” Kee trad aan ten tijde van de herstelperiode na de roerige oorlogsjaren. Het nieuwe verenigingsgebouw ‘Westkapelle Herrijst’ was toen net in gebruik genomen. De oefenavonden waren dus al in die prachtige zaal. ,,Het oefenen ging toen wel heel anders. Degenen die zongen stonden op het podium, en de anderen zaten in de kotjes daarachter. Als wij als sopranen ons deel repeteerden, zaten de mezzo’s en alten dus in die kotjes. Daar zaten de leden ook als er een nieuw lid bij kwam. Want je wou wel in de zang, maar dan moest je wél eerst voorzingen bij dirigent de Rooij, waar je zo tegenop keek. Dan moch je dus allêne zinge …, over spannend gesproken”, verzucht Kee, ,,en de dirigent bepaalde wat je ging zingen. Tegenwoordig mag je er zo bij.”

Klederdracht

Kee heeft nooit klederdracht gedragen. ,,Ik ben geboren in 1939. Veel mensen gingen na de oorlog op d’r burgers. Er was geen goed meer, d’r was een berg kwiet. Maar bij bijzondere optredens zongen we natuurlijk in dracht en dat kon ik van m’n moeder lenen. En ik had een schoonmoeder die deed in goud en zilver, Wanne van Kees Sies. Daarvan leende ik m’n sieraden. M’n eerste optreden was bij de E55 in Rotterdam in 1955. Dat was zo iets buitengewoons. Ik was toen alleen nog maar met schoolreisjes buiten Westkapelle’ geweest. Van m’n werk kon ik wel een dagje vrij krijgen. Ik werkte na de lagere school als kamermeisje bij hotel de Tien Torens in Zoutelande. Voor reizen buiten Zeeland gingen we altijd met een bus. Heel gezellig, vooral op de terugreis. Dan kwamen de flesjes voor de dag.”

Een bladzij uit Kee’s muziekschriftje, waarin de noten in cijferschrift werden genoteerd.

Spiekerschrift

,,In 1958 zijn we getrouwd, en toen heb ik m’n eigen an laten nemen. Dus toen moest ik een tijdje van het koor af, want de catechisatie was op woensdagavond, onze oefenavond. Ook als je kinderen kreeg ging je’r een stuitje uut. M’n man Pauw speelde bij mondharmonicavereniging De Krekels. Daar ben ik ook bij gaan zingen. Samen gingen we wel eens op muziekles. Dus ik kan wel noten lezen, maar vroeger was dat helemaal niet nodig. We hadden ‘spiekerschrift’, een boekje met alle liedjes erin, met cijfers erboven in plaats van noten. De dirigent schreef de cijfers boven de tekst, en dan schreven me die over.” Kee laat haar oude verweerde boekje zien, met plakbandjes aan elkaar geplakt, maar nog wel volledig en helemaal vol geschreven. In een práchtig handschrift van een trots jong meisje dat op het koor was. Boven elke lettergreep een cijfer in rood. Als je het overgeschreven had, gaf je je boekje aan een ander door om over te laten schrijven. Mèh je behriept wèh, dan waren er ook wel eens fouten …. Een 1 was een do, 5 een so, 1 met een laag puntje (1.) een lage en 1 met een hoog puntje (1°) is een hoge. De eerste regel van het Zeeuwse Volkslied was dus:  so  la  so  do  do  re  re  mie.  (geen dier der plek voor ons op aard). We zongen zó lang op noten, dat je pas een maand voor een optreden op woorden ging zingen. Dan zat de wijs er dus wel hartstikke goed in. Bij het zingen hoor ik in m’n hoofd nog steeds de tonen van de begeleiding van Piet de Rooij. M’n stem blijft goed op hoogte gelukkig. En fit ben ik nog steeds want ik line-dance nog elke week, dus heb geen moeite om het podium op te klimmen.

Ik hoop dat ons koor nog járen bestaat, want ook vooral onze klederdracht moet blijven.”

Omdat alle plannen voor een mooi jubileumjaar, met speciale uitvoeringen, door de coronamaatregelen in duigen vielen, verscheen dit jaar een jubileumboek over het Westkappels koor. Het boek bevat veel foto’s uit het verleden en verhalen van vroeger. Ook was er een tentoonstelling in het Polderhuis in Westkapelle met foto’s en klederdrachtonderdelen. Zie voor meer informatie www.hetwestkappelskoor.nl

Foto boven: In 1985 werd een televisieopname gemaakt van het optreden van het Westkappels koor in de Sint Jacobskerk in Vlissingen.

De film De Dijk is dicht van Anton Koolhaas beleefde de première in 1949 in het oude Luxor Theater in Rotterdam. Het Westkappels koor was er natuurlijk bij.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met het Westkappels koor had in ‘Zeeland wordt wakker’:

Geen reacties

Geef een reactie