Melken met de hand
door Johanna Brouwer
De wekker op de boerderij loopt even voor zes uur af: tijd om te gaan melken. Dat gebeurt met de hand, want zoveel koeien hebben wij niet, nooit meer dan tien.
Voordat het zover is, eten mijn vader en moeder eerst een beschuitje en drinken ze een kopje thee. Daarna trekken ze een overal aan en bindt mijn moeder een doekje om haar hoofd, want er mogen natuurlijk geen haren in de melk vallen. Mijn vader draagt dan een kalotje.
In de bijkeuken staan de melkbussen al klaar. Eentje gaat er open en bovenop komt de zeef te staan. Daarin ligt een papieren filter, ongeveer de kwaliteit van een keukenrol van nu.
Hun handen smeren ze in met uierzalf, dat is ontsmettend en verzachtend voor de spenen van de koe. ’s Winters gaan ze dan de stal in en zetten een melkkrukje naast de koe, leggen het hoofd tegen de warme buik van de koe en beginnen met melken. De stralen sprietsen gelijkmatig in de emmer. Als de uier leeg is, en er ongeveer tien liter melk in de emmer zit, gaat de melk door de zeef in de bus en is de volgende koe aan de beurt. Om kwart over zeven stopt mijn moeder en gaat het huis in om mij uit bed te schudden en het ontbijt klaar te maken. Ondertussen rondt mijn vader het melken af en rijdt met een kruiwagen de volle melkbussen naar de rand van de oprit, waar de vrachtwagen van Machielse ze rond acht uur op komt halen.
’s Zomers is het natuurlijk een heel ander verhaal want dan staan de koeien in de wei en moet het hele spul daar eerst naartoe gebracht worden. Omdat de koeien in de wei vrij rond kunnen lopen, worden ze eerst met hun achterpoten vastgezet. En ook als de regen met bakken naar beneden komt, gaat het melken door.
Na het melken maakt mama het melkgerei schoon met heet sodawater en een borstel. De emmers en de zeef worden daarna ondersteboven buiten gezet om te drogen.
foto: Pieternella Minderhoud op weg naar de wei. Klara is altijd heel vroeg wakker en gaat dan gezellig mee. | fot privéarchief Johanna Brouwer



Geen reacties