Moeder van drie zeehondenbaby’s
Wat doe je als je in de Spuiboezem in Vlissingen een zeehondenbaby vindt? Je brengt ‘m naar de politie. Dat deden een paar jongens in juli 1947. De sterke arm wist echter niet wat ze ermee aan moest. Het dier werd in een teiltje water gezet, maar eten kreeg ie niet.
Dat kwam de Vlissingse mevrouw J. Sissingh — een echte dierenvriendin — ter ore. Ze haalde het diertje op en voerde ‘Snoetje’, zoals het werd gedoopt, met koe- en later geitenmelk. Het zeehondje raakte gehecht aan zijn opvoedster, die samen met dochter Jetty elke dag met Snoetje ging zwemmen op het strand. Het dier zwom onder hen door, langs hen heen en verloor hen geen seconde uit het oog. Samen gingen ze ook het water weer uit. Toen de zeehond te groot was geworden om thuis te houden kreeg ze een plaatsje in de hoofdstedelijke dierentuin Artis. Daar overleed Snoetje echter kort na aankomst.
Drie jaar later voedde mevrouw Sissingh opnieuw een zeehondje op: Snoet II. En een paar dagen later kwam zelfs Snoet III opdagen. ,,Hopelijk is het de laatste”, verzuchtte ze in de PZC, ,,anders moet ik eerdaags met een bewaarschool gaan zwemmen.” Over het verdere lot van de Snoetjes is niets bekend.
foto: Mevrouw Sissingh met Snoetje II op het strand. Foto ChatGPT



Geen reacties