Muziek, we kunnen moeilijk zonder

THEMAKRANT MUZIEK (editie 12, APRIL 2021)

 

door Mieke van der Jagt

Muziek, beste mensen, wat zou het leven zijn zonder muziek? Saai in elk geval. De radio tijdens het strijken, zingen bij de afwas, een opschietnummer in de auto: we kunnen maar moeilijk zonder. Muziek kan zelfs weleens de oplossing zijn voor een probleem.

Zo kon ik vroeger meestal grote gevechten op de achterbank voorkomen door een liedje in te zetten waarvan ik wist dat mijn kinderen het kenden. Negen van de tien keer vielen ze in. Op die manier gingen we over de weg met canons, duetten, moderne en ouderwetse liedjes. Slechts zelden heb ik mijn laatste toevlucht hoeven zoeken in een zak Chokotoffs.

Swingende mopjes

Al die ouderwetse liedjes leerde ik van mijn vader, die zonder radio was opgegroeid in een groot, zanglustig gezin. Op zondag zongen ze psalmen en gezangen en de rest van de week was er het bundeltje ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’. Later besefte ik pas dat mijn vader alles zong in de volgorde zoals die in het boekje stond. Mijn moeder, die wél met een radio was opgegroeid, zong graag oude swingende mopjes en draaide de draadomroep harder als er jazz of klassiek te horen was.

Hoewel Hilversum 3 al wel bestond hadden we toch onze eigen stem. En er is niets zo opheffend harmonieus als wanneer al die eigen stemmen hetzelfde lied zingen. Het zou me weinig verbazen als veel kerkgangers thuis zouden blijven wanneer er geen samenzang zou zijn.

Strijdkoren

Dat de ontkerkelijking veel mensen van mijn generatie wat betreft het zingen enigszins verweesd heeft achtergelaten, zag ik bewezen in 1988 toen Nederland in de halve finale van het EK van Duitsland won. In Goes hadden zich verschillende strijdkoren verzameld voor een festival dat werd gehouden door het Solidariteitskoor De Bevelanden. Omdat de EK-finale werd gespeeld, waren in de Manhuistuin televisieschermen opgesteld, zodat de koren die van ver kwamen de wedstrijd konden zien.

Mijn inschatting was dat veel van die mensen, net als ik, in een links koortje waren gaan zingen omdat ze de samenzang in de kerk of op school waren gaan missen. Om dat te testen begon ik mee te zingen met het Wilhelmus. Ze vielen allemaal opgetogen in. Ik had de stellige indruk dat ze het liefst alle veertien coupletten hadden gezongen.

Ook de meer profane omgevingen zouden hun aantrekkingskracht verliezen zonder muziek. Wat is de schaatsbaan zonder een walsje? Sinds ze op de kermis vooral  sirenes en toeters laten klinken in plaats van, zoals vroeger, Little Richard en Chuck Berry, kom ik er alleen nog als ze er gerookte paling verkopen.

Tintelend licht

Muziek, soms tintelend licht, dan weer juichend of immens bedroefd, kan een gemoed opbeuren of een stemming helpen dragen. Of alles tegelijk, zoals Vasalis schetst in de laatste zes strofen van het gedicht Fanfare-corps:

Een warm en onverwacht verdriet,
eerbiedig voor de gewoonste dingen,
neiging om hardop mee te zingen.
en dan te huilen om dit lied
ontstond in mijn verwend gemoed.
Ik voelde me bedroefd en goed.

Geen reacties

Geef een reactie