Oorlog

door Margreeth Ernens

Oorlog in Oekraïne. De beelden die we dagelijks via verschillende media zien, grijpen iedereen aan. Gezinnen worden verscheurd, kinderen met een knuffel onder hun armpje zijn op de vlucht. Het roept herinneringen op aan die andere oorlog, de oorlog waarin wij zelf moesten zien te overleven in een moeilijke, donkere periode: de Tweede Wereldoorlog.

De 85-jarige Ans van Saagsvelt-Melse uit Vlissingen maakte het allemaal mee toen. Ze werd in 1937 geboren in Amsterdam, en had vaak logeerpartijtjes in Zeeland bij de familie van haar moeder, die uit Oost-Souburg kwam. Door de beelden uit Oekraïne moet ze vaak aan haar jeugd terugdenken. ,,Gelukkig is het incasseringsvermogen van kinderen enorm groot, die accepteren situaties zoals ze zijn. Dat wordt vaak onderschat.’’

Herplaatsing

In 1943 werd hun huis verwoest door een Brits bombardement, dat was bedoeld voor de Fokker-fabrieken. Het gezin verhuisde naar Amsterdam-Sloten, waar bij de grootouders werd ingetrokken. Na een paar maanden konden ze een ander huis in Amsterdam betrekken. ,,Toen las ik in een kerkblad dat de kerk zou bemiddelen bij herplaatsing.’’ Dat was nodig want de hongerwinter sloeg toe in het bezette Nederland. Ook in Amsterdam. De toen 7-jarige Ans dacht er niet lang over na en zei tegen haar moeder: ,,Stuur mij maar weg, ik ben de oudste, ik ben al groot en al eerder alleen van huis weggeweest.’’

Het moet een moeilijke beslissing zijn geweest voor de ouders van Ans, maar door hongersnood gedreven werd Ans dus ‘herplaatst’. Ze weet nog dat ze door haar moeder werd weggebracht naar een boot die op het IJ lag. ,,Ik wist niet waar ik terecht zou komen. De boot was helemaal vol met kinderen. We gingen naar Kampen.’’

In haar tas had ze een paar nieuwe klompen, die er nogal bultig uitstaken. ,,Ik was bang dat die gestolen zouden worden, dus ’s nachts ben ik opgestaan om even naar mijn tas te kijken. En jawel, ze waren weg. Dus ben ik gaan zoeken en heb ze weer gevonden in de tas van iemand anders.’’

Uitgekozen

De volgende dag kwamen ze in Kampen aan. ,,Er stonden heel veel mensen op de kade. Een boerenechtpaar koos mij uit. Ja, koos, want het ging allemaal niet volgens lijsten of een plan. En zo kwam ik op de boerderij van de familie Horstman terecht. Ik weet nog hoe de boerderij eruit zag, maar niet meer of dat veel indruk maakte.’’ Wat wél indruk maakte, was dat ze haar tanden niet mocht poetsen, want de tandpasta liet vlekken achter op de koperen pomp.

Jaren later hoorde Ans dat de familie Horstman in die tijd ook Britse piloten liet onderduiken in een ruimte onder de mestvaalt. ,,Weet je, daar heb ik nooit iets van gemerkt. Maar het is bijzonder dat mensen anderen helpen.’’ De boerderij had ook een opkamer, en toen ze er eens nieuwsgierig een kijkje wilde nemen, trof ze er de twee zonen van het echtpaar aan, die luisterden naar Radio Oranje. De broers drukten haar op het hart dat ze daar nooit over mocht praten. ,,En dat deed ik dan ook niet.’’

Blijven?

Ans moest meehelpen op het landbouwbedrijf, bijvoorbeeld bij het aardappelrooien. ,,Dat vond ik echt niet fijn als stadsmeisje.’’ Haar pleegmoeder vertelde haar op zeker moment dat ze op de boerderij mocht blijven, als haar familie niet meer zou leven. ,,Dat trof me diep, weet ik nog wel, want daar had ik helemaal geen rekening mee gehouden.’’

De hongerwinter is eigenlijk aan Ans voorbijgegaan, en ze stond er dan ook niet bij stil. ,,Mijn verblijf daar was functioneel, het was uit te houden. Dat ik me geen zorgen maakte vond ik doodgewoon. Ik zag het als iets tijdelijks.’’

De bevrijding door de Canadezen maakte Ans ook op de boerderij mee. ,,Ja, die zag je overal als je naar school ging.’’ Op een dag kwam pleegzus Liebigje ineens de klas binnen. ,,Die zei: ‘De vader van Ansje heeft een brief gestuurd en hij komt haar halen’. Die boodschap kon kennelijk niet wachten tot ik thuis was, dus kwam Liebigje naar school.’’ Het weerzien met haar vader was heel fijn, hoewel Ans nu zegt dat het toch ook weer ‘gewoon’ was. ,,Mijn ouders wisten niet waar ik was terechtgekomen en hebben me via het Rode Kruis opgespoord. Er waren toen natuurlijk geen communicatiemiddelen.’’

Aanvaarding

,,Ik geloofde zelf altijd dat ik ooit weer naar huis zou gaan, achteraf ben ik daar wel verbaasd over.’’ Weer terug in Amsterdam hernam het leven al snel zijn gangetje. ,,De rode draad is natuurlijk die aanvaarding: het is zoals het is.’’

De jaren die Ans bij de familie Horstman heeft doorgebracht, vormen een manco in de herinneringen, zowel voor Ans als haar familie. ,,Dat is blijvend.’’ Thuis ging ze weer snel naar school, hoewel dat wel aangepast onderwijs was. ,,We zaten in de Drakafabriek en schreven op de achterkant van facturen. Dat ging gewoon zo, niemand zat ermee.’’ Ze vindt wel dat er tegenwoordig soms wat overdreven wordt gedaan over de leerprestaties van kinderen. ,,Kijk naar de coronaperiode. Ineens hebben veel kinderen een leerachterstand. Maar kinderen kunnen veel hebben. Ik heb klas 1, 2 en 3 ook gebrekkig doorlopen, maar dat is allemaal goed gekomen. Kinderen leren vanzelf, leren meer in de praktijk.’’

Jaren later besloot Ans op aandringen van haar man weer contact met de familie Horstman te zoeken. Vader en moeder Horstman waren overleden. Via de bank werd een zoon opgespoord, die in Heino bij Zwolle woonde. ,,Dat was wel komisch, zoon Willem herkende me meteen.’’ Na het overlijden van Willem heeft ze wat herinneringen aan haar verblijf bij de familie opgeschreven en die aan de familie gegeven. ,,We sturen elkaar nog steeds kerstkaartjes.’’

Saamhorigheid

,,Dat opvangen is voor deze tijd bijzonder, maar toen niet. Het werd vaker gedaan als dat nodig was, er heerste meer saamhorigheid. Mijn ouders vingen indertijd jarenlang een nichtje uit Zeeland op, omdat haar vader zijn handen niet kon thuishouden.’’

Terwijl ze rondkijkt in haar appartement, vraagt ze zich af of ze misschien ook een vluchteling zou moeten opvangen. ,,Maar ja, die komt dan bij je wonen, niet logeren. En mijn appartement is niet zo groot, dat kan dus niet. Ergens heb ik er wel een schuldgevoel van. Rationeel kan ik het aanvaarden, maar ik vind het emotioneel moeilijk. Er heerst nu een anti-Russisch klimaat en ik kan me voorstellen dat sommigen hier ook tegen moeten worden beschermd.’’

Karakter

,,Dat de mensen uit Oekraïne huis en haard, álles, moeten achterlaten… Er is dan niks meer over dat veiligheid biedt. Ik heb nooit heimwee gehad toen ik op de boerderij was, we spraken allemaal dezelfde taal en dat is enorm belangrijk. Mensen uit Oekraïne hebben dat niet, niemand begrijpt hen en de cultuur is ook heel anders. Karakter speelt in zulke omstandigheden een grote rol. In mijn geval voelde ik als oudste kind mijn verantwoordelijkheid voor mijn jongere broertje en zusje. Mijn opvanggezin vroeg er geen aandacht voor, die zagen dat als hun christenplicht. Het vormde een onderdeel van de cultuur.’’

Foto boven: Remco van Schellen van Omroep Zeeland interviewt Ans van Saagsvelt over haar herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. fotobron: Margreeth Ernens

Beluister de podcast die Remco met Ans maakte:

Geen reacties

Geef een reactie