Sportkamp

door Peter de Jonge

Op vakantie gaan? Daar deden we bij ons thuis niet aan. Mijn ouders hadden altijd wel een nuttiger en minder opwindende  bestemming voor het vakantiegeld, zoals schoenen, kleding (meestal een winterjas, want die kocht je in de zomer), schoolboeken of een fiets. Dus moest ik me ‘s zomers maar zien te vermaken in en om het huis. Of met Sunkist (een kartonnetje limonade) en een paar boterhammen met hagelslag naar het strand: de chocoladesnippers smolten in de loop van de dag tot een vormeloze bruine brij en de limonade warmde zo snel op, dat je het maar beter meteen kon opdrinken en je dorst vervolgens leste aan het groene fonteintje met drinkwater op de Vlissingse boulevard ter hoogte van het badstrand.

Toch was er altijd wel een uitstapje waarnaar ik kon uitkijken. Zoals het sportkamp in juli 1966. Met de katholieke sportvereniging (KSV) Walcheren naar De Vliert in Den Bosch, waar sport en spel centraal stonden. We sliepen in een grote tent in slaapzakken op luchtbedden en schopten keet tot diep in de avond terwijl de leiding buiten de tent op wacht zat en biertjes dronk. Het was een sport op zich om zo laat mogelijk de tent uit te sluipen en doelloos rond te dwalen over het terrein.

Ook was er een toernooi waar je tegen (eveneens katholieke) ploegen uit andere delen van het land voetbalde. En er was de onvermijdelijke heilige mis. Onvergetelijk waren de avondmaaltijden. Ze werden bereid door een oudere man die zich in mijn herinnering uitdoste als kok en ooit in huilen uitbarstte toen één van ons met een bak sla naar hem toeging om te wijzen op een kronkelende worm, die zich genoeglijk tussen de bladeren wentelde. Zijn beroepseer was ernstig aangetast.

Op een dag viel ik tijdens een voetbalwedstrijd op een arodaveld al bij de aftrap ongelukkig op mijn arm. Ik kermde zo luid en onophoudelijk dat leider Jan Jung me achterop zijn bromfiets naar het ziekenhuis in Den Bosch vervoerde. Niet het meest comfortabele vervoermiddel als je iets gebroken hebt. De röntgenfoto wees inderdaad uit dat er een breukje in de rechterpols zat en de arm werd stevig gegipst.

Achterop de brommer keerden we terug naar het sportkamp, waar ik als held werd ontvangen. Tenminste, zo beleefde ik het want iedereen kwam even informeren. De laatste dagen van de week rustte mijn arm in een mitella. Aangezien ik een uiterst matige voetballer was, ervoer ik de draagdoek – waarin mijn geblesseerde arm rustte – als een trofee van strijdlust. Daardoor werd het een onvergetelijke vakantie.

Foto: Peter met zijn gebroken pols.tijdens het sportkamp  | foto archief Peter de Jonge.

1 Reactie
  • jonge@kabelfoon.nl
    Geplaatst op 14:00h, 19 augustus Beantwoorden

    Leuk verhaal dat klopt. Ik kan het weten, omdat ik erbij was.

    Het aardige aan verhalende herinneringen zijn altijd de schets van de tijdgeest. Geen vakantie met ouders, kleding kopen in de zomer voor de winter, de sterke verzuiling die er toen was. Onbestaanbaar dat je als katholiek ergens anders ging sporten dan bij KSV Walcheren. Op de brommer naar Den Bosch met een breuk in je pols. Naar de kerk ook op sportkamp

    Kortom, dank aan Peter voor de berinnering

Geef een reactie