Van krantenjongen tot miljonair

THEMAKRANT VAKANTIEBAANTJE (editie 29, zomer 2026)

 

door Peter Blom

Voordat met een echte baan het grote geld binnenstroomde heb ik tijdens vakanties van school en universiteit steeds bijgebeund.

Het begon zo rond mijn elfde toen ik tijdens de zomervakantie de lucratieve krantenwijk van een oudere broer een maand liep. Het ging om twintig abonnees van het NRC/Handelsblad waarmee ik in de middag een uur zoet was. Ik verdiende er het enorme weekloon van twintig gulden mee.

Mijn geld kreeg ik in een klein doorzichtig papieren zakje waarin vier biljetten van vijf zaten. Na vier weken had ik een fortuin en trakteerde ik mezelf op schuimblokken en salmiaklollies bij de snoepwinkel om de hoek en mijn moeder en zus op een middagje naar de Cineac. Het was de eerste keer dat ik de Sound of Music zag.

Vakkenvuller

Later werd ik vakkenvuller bij de plaatselijke grootgrutter. Eerst voor de stellingen waar de melk en boter stonden maar al snel maakte ik carrière en kreeg ik het snoep-, chocolade- en koekschap onder mijn beheer. Af en toe waren er doosjes rumbonen gescheurd en moest ik ze afprijzen, maar niet voordat ik zo’n ietwat gebutste gesuikerde lekkernij achter mijn kiezen had gestoken.

Mijn gebit was in die periode zodanig verrot dat ik tijdens de zomer toen ik net in Amsterdam studeerde, de moed verzamelde naar de tandarts te gaan. Om de rekening te betalen nam ik een zomerbaantje bij de gereformeerde thuiszorg. Ik fietste de hele stad door van adres naar adres en poetste en schrobde me een weg door de zooi in villa’s in Oud-Zuid en kamers drie hoog achter in de Jordaan. Ieder huis had wel een luchtje.

Whiskas

Bij een zonderlinge man die op een kleine etage met dertig katten samenwoonde kwam de walm van Whiskas me tegemoet. Op zijn fornuis stond in een grote ketel dat goedje lekker te pruttelen, klaar om aan z’n poezen te voeren. Voor zichzelf had hij een zelfde brei in een soepkom waarin de lepel rechtop stond.

Bij een deftig oud stel in een donker huis met dito tuin kreeg ik de opdracht hun Perzische tapijten zo te stofzuigen dat de kwastjes één kant op wezen. Ik was nog jong en lenig en als een witte tornado vloog ik door hun vergane glorie. Ik had nog tijd over en stelde voor wat struikgewas in hun tuin weg te hakken zodat het in hun salon wat lichter oogde. Daar kwam ik snel van terug toen ik struikelde over een dooie rat.

Ik wilde deze ouwetjes niet met dat lijk laten zitten en met de moed der wanhoop heb ik het kreng in de vuilnisbak gemikt. Ze waren me dankbaar dat ik in korte tijd ze van vuil en ongedierte had verlost en verbaasden zich erover dat hun eigen poetsvrouw maar een kamer per keer deed. Toen ik mijn loonzakje ophaalde kreeg ik van de betaalmeester de tip om als tijdelijke kracht niet zo hard te werken, anders viel het zo op als de vaste schoonmakers weer terug waren van vakantie.

foto: Krantenjongen. | Foto bewerkt met ChatGPT

Geen reacties

Geef een reactie