Zwemmen is gruwelijk
door Peter de Jonge
Sinds mijn jongste jeugd heb ik een gruwelijke hekel aan zwemmen. Dat komt waarschijnlijk omdat ik in Vlissingen door mijn moeder naar zwemles werd gestuurd in het bad aan het Kanaal door Walcheren.
Het witte gebouwtje staat er nog steeds en een lichte huivering trekt telkens door mij heen als ik er langs fiets. Dat komt door twee dingen: de naam ‘pierenbadje’, waarin ons de beginselen werden bijgebracht, beviel me niet. En de bazige badjuf met zo’n haak aan een stok al helemaal niet.
Ik voelde het krioelen van pieren zodra ik, bibberend van kou en angst, langs het trapje het koude water inzakte. Aan de kant stond een badmeesteres, die me eerst op een soort krukje de schoolslag had laten maken met extra aandacht voor de beenslag: ‘knieën buigen, benen spreiden en dan krachtig sluiten.’ Een zinnetje dat in mijn kop zit als een roestige nagel in een plank eikenhout. Na het pierenbadje moest je met kurken op je rug ‘het kanaal’ in, dat een te grote watermassa voor mij was. Angstaanjagend was die lange stok met een haak aan het uiteinde, waarmee de juf het touw beetpakte waarmee de kurken om je lijf waren gebonden.
Regelmatig spijbelde ik omdat de watervrees het won van het besef dat mijn ouders geld betaalden voor mijn zwemles. Dan maakte ik mijn zwembroek nat, wikkelde ‘m in een baddoek en fietste — zodra ik zag dat de les afgelopen was — naar huis. Een diploma heb ik nooit gehaald. Op een foto uit 1960 van een schoolreisje naar Bosbad Hoeven (wie verzint zo’n reisje…) poseer ik stoer met mijn armen naar voren alsof ik elk moment kan wegzwemmen. Klasgenoten duwden me die dag joelend van de kant, waardoor ik voor het eerst van mijn leven kopje onder ging. Wat mijn trauma met zwemmen alleen maar verergerde.
Pas na mijn huwelijk heb ik mezelf tijdens een van onze eerste vakantiereizen naar Spanje, aangespoord door mijn jonge echtgenote, de schoolslag eigen gemaakt. Veel soeps is het nooit geworden, maar ik kom vooruit en tegenwoordig vind ik het in de zomer zelfs aangenaam om een kwartiertje te zwemmen voor het Vlissingse badstrand. Verder dan dat kom ik niet. Tijdens weer een vakantie, mochten we in Jordanië de Dode Zee in. Zoals bekend blijven in dat ultrazoute water zelfs bakstenen drijven. Behalve ik. Liggend op mijn rug, begon ik wild om me heen te slaan en zonk ik omdat ik mijn kont naar beneden in plaats van naar boven duwde. De droom dat ik ooit gefotografeerd zou worden terwijl ik liggend in die zee een krantje lees, is inmiddels naar de zeebodem verdwenen.
foto: Een krantje lezen in de Dode Zee is niet voor iedereen weggelegd. | foto Wiki Commons



Geen reacties