Columns van de redactie

De redactie plaatst wekelijks een foto ‘uit de oude doos’ op deze webpagina, met daarbij een leuke anekdote. Bij veel columns werd de auteur daarover geïnterviewd door Remco van Schellen voor Zeeland wordt Wakker op Omroep Zeeland Radio. De interviews kunt u terugluisteren via de podcast Zeeuws Weerzien: klik hiervoor op de link onderaan het artikel. Veel lees- en luisterplezier!

Borrelt er een eigen herinnering bij u op? Deel deze met andere lezers! U kunt hiervoor het reactieformulier gebruiken of stuur een mail aan web@zeeuwsweerzien.nl

Margreeth Ernens denkt in haar column terug aan de zondagse wandelingen met haar familie. Eerst was daar het Wandelpark in -Lees meer
Ali Pankow ging vroeger met haar Lief naar de Concertzaal in Zierikzee om films te zien. In die niet zo -Lees meer
Mieke van der Jagt biecht in haar column op dat ze vroeger liever spijbelde dan naar school ging. Maar omdat -Lees meer
Klas 5A van de MMS in Middelburg voerde in 1971 tijdens de PAX Vredesweek actie voor de kindertjes in Biafra. -Lees meer
Peter de Jonge werd tijdens zijn vakantie op Kreta aangesproken door iemand die de weg naar een hotel zocht. De -Lees meer
Peter Verdurmen ging in 1970 naar het Kralingen Popfestival. Als popfan was het voor hem puur genieten. Dat het festival -Lees meer
Jopie Meerman denkt terug aan de geuren van vroeger. Niet alles rook even lekker, maar dat is tegenwoordig ook nog -Lees meer
Rinus Willemsen zat in Terneuzen op de middelbare school. Dat betekende elke dag fietsen van Biervliet naar Terneuzen en weer -Lees meer
Frans van de Velde neemt ons mee naar het kanaal, waar vroeger de brugwachter de slagbomen en signalen bediende als -Lees meer
Jan Dirk van Scheyen denkt met plezier terug aan de Grote Avonden van zijn middelbare school, de CSW in Middelburg. -Lees meer
door Margreeth Ernens-Abrahamse

Mijn vader hield van alles wat groeit en bloeit, maar vooral van bomen. Hij groeide op in Oostkapelle aan de rand van het bos waar zíjn vader ooit enige tijd boswachter was.

Nadat hij zich in Terneuzen vestigde ging hij dan ook graag naar het Wandelpark, het enige plekje in de buurt waar bomen stonden. Dat park was aangelegd op oude bastionwerken van de vroegere vesting Terneuzen en het verdween in 1960 in verband met de bouw van de nieuwe binnenvaartsluis. Ik kan me dat park dan ook nauwelijks meer herinneren, maar we hadden er thuis een grote foto van aan de muur hangen.

Het Wandelpark van Terneuzen.

Als alternatief gingen we daarna vaak op zondag wandelen in het Braakmanbos. Dat loofbos was tussen 1954 en 1957 aangelegd in het Braakmangebied en het was begin jaren zestig dus nog een heel jong bos. Ik weet nog dat alle bomen precies op een rijtje stonden. Hoe je ook door het bos keek, vooruit, links, rechts of diagonaal: allemaal kaarsrechte lijnen. Tussen de bomen was de grond vlak, kaal en leeg. Inmiddels ziet het er een stuk natuurlijker uit, maar toen vond ik dat niet zo heel aantrekkelijk. Die mening had mijn vader blijkbaar ook, want hij nam ons op zondagmiddag geregeld mee naar het bos van Oostkapelle.

Als kind van het vlakke, open Zeeuws-Vlaamse land maakte dat bos bij Oostkapelle op mij diepe indruk. De ruige zeewind heeft de bomen helemaal laten vergroeien en de grillige vormen doen denken aan spannende verhalen over heksen, kabouters en elfjes. Hier en daar stroomde water in het bos. Het rook er ook heel bijzonder vond ik want er hangt een kenmerkend aroma van bosgeur, vermengd met zilte zeelucht. Er waren ook allerlei geluiden die ik niet thuis kon brengen.

1959: Een mooie zondagmiddag in het Wandelpark van Terneuzen. Rechtsvoor zit ik.

Als het het juiste seizoen was maakte mijn vader fluitjes voor ons van wilgentakjes. Achteraf weet ik dat dat In het voorjaar moet zijn geweest, want dan stromen de sappen en kun je zoiets met wilgentakjes doen. Hij zocht een recht stokje van ongeveer twee handen lang en maakte met zijn mes rondom een kerf. Dan draaide hij de twee helften tegen elkaar in, zodat de bast loskwam. Daarna sneed hij het bovenste groene spul van de losse bast af, drukte het plat en mochten we blazen op het fluitje. Dat vergde overigens wel enige oefening eer er geluid uit kwam. Heel soms maakte hij een ingewikkelde fluit die meer tonen kon maken, maar dat was veel werk en niet altijd vond hij een geschikt wilgenstokje.

Het geluid van zo’n fluitje versterkte de indruk van de bijzondere omgeving eigenlijk nog meer en als ik in het bos van Oostkapelle ben, zie ik in gedachten mijn vader weer op de grond zitten terwijl hij vijf fluitjes, voor elk kind een, aan het snijden is.

foto boven: Het bos van Oostkapelle. | foto Wiki Media Commons

1973: Een zondagse wandeling in het bos van Oostkapelle. Ik heb er een toverstokje bijgepakt, want het bos liet mijn fantasie op hol slaan.

door Ali Pankow

Met Monique van de Ven als eregast onlangs tijdens Film by the Sea 2025 kwam er een golf van nostalgie bij me boven. Waar is de tijd gebleven dat ik met Mijn Lief in de Concertzaal in Zierikzee zat bij de film ‘Turks Fruit’? Met rode oortjes, want zo wereldwijs was ik eerlijk gezegd nog niet en ik zag de film dan ook met enige opwinding tegemoet.

Echt spannend werd het echter toen ik enkele rijen schuin voor ons plotseling mijn ouders zag zitten. Wat zochten die nou bij deze film? Ik wist niet beter dan dat ze op deze zaterdagavond gewoon gezellig TV-kijkend in onze caravan op camping ’t Sluitgat in Ouwerkerk zouden zitten. Even schoot de gedachte door mijn hoofd om net te doen of ik paps en mams niet had gezien, maar daar was de Concertzaal net niet groot genoeg voor. Even later bleek dat zij zich tegenover ons ook wat opgelaten voelden. Beetje besmuikt wuivend en grinnikend wensten we elkaar een fijne avond. Dat werd het! We genoten van ‘Turks Fruit’ en hebben de herinnering aan die onverwachte ontmoeting nog diverse keren opgehaald.

Grimmiger was de confrontatie tijdens een andere klassieker in diezelfde Concertzaal: ‘Easy Rider’. Niet met mijn ouders, maar met een groepje ‘motorduivels’. Ik weet of ze dat waren, maar zo zagen ze er wel uit. Ook toen was ik er met Mijn Lief. Het groepje van vier ‘motorduivels’ nam plaats op de rij voor ons. Hoewel…’nam plaats’ is niet de juiste omschrijving. Ze strekten zich uit over minstens zes stoelen en gooiden hun benen over de rij voor hen. Natuurlijk hadden ze flesjes bier bij zich. Dat was toegestaan overigens, dus niks op aan te merken. Ze lurkten er stevig aan.

Het duurde nog even voordat de film zou beginnen. Twee ‘motorduivels’ rolden een shagje en staken dat aan. Tsja en toen werd het mij toch te gortig. De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat ik destijds niet alleen ‘nog niet zo wereldwijs was’, maar in feite het beste omschreven kon worden als ‘een trut in Trevira’. Voor wie die stof nog kent, zal het veelzeggend zijn. ‘Wat zag Mijn Lief toen toch in mij?’, heb ik me later weleens afgevraagd.

Maar goed, het gedrag van de ‘motorduivels’ stoorde mij en dus tikte ik één van hen op de schouder. Hij draaide zich naar me om en ik zei: ,,Weet je wel dat je hier niet mag roken?’’ De man keek me alleen maar aan, draaide zich toen om naar Mijn Lief en stelde voor: ,,Zullen wij samen eens even naar buiten gaan!!!’’ Het antwoord van Mijn Lief: ,,Nee, laten we dat maar niet doen.’’  En tegen mij siste hij: ,,Leer toch eens je mond te houden.’’ Gelukkig begon toen ‘Easy Rider’.

foto boven: Een scene uit Turks Fruit met Monique van de Ven en Rutger Hauer.

Een scene uit de film Easy Rider, met de gevreesde motorduivels.

door Mieke van der Jagt

Ik kan het nu gerust opschrijven; mijn kinderen zijn groot en hebben inmiddels al hun diploma’s. Logischerwijs heb ik altijd verzwegen dat ik een notoire spijbelaar was op de middelbare school.

Ten eerste was ik regelmatig schoolziek, eigenlijk gewoon geen zin om uit bed te komen. Mijn moeder kwam dan met een thermometer maar die was gemakkelijk op te wrijven tot pakweg 38,5. Probleem was dat ik het na een poosje zat werd in bed en naar beneden sukkelde als ik mijn moeder de lepeltjes in de kopjes hoorde zetten: koffie! Mijn moeder, die waarschijnlijk haar verdenkingen al koesterde, riep dan: ,,Ga jij de luxaflex maar schoonmaken.” Met een beetje geluk kwam er dan visite, waardoor ze de schoonmaak liever afbliezen. Zo’n meid die met tegenzin met een emmertje en doekjes in de weer was, bedierf de pret en algauw zat ik dan gezellig mee te kletsen.

Rond mijn vijftiende vond ik een manier om langer te spijbelen maar dan moest ik wel elders onderdak zoeken: in de kroeg. Het handschrift van mijn oma, die in 1906 had leren schrijven, kon ik heel goed nadoen. Ze schreef zorgvuldig, erg schuin met lange lussen. Mijn ouders schreven te vlot. Dus kwamen de briefjes van mijn oma en vrienden of vriendinnen namen de telefonische afmeldingen voor hun rekening.

Dat ging bijzonder goed. Ik zorgde dat ik repetities maakte, kwam natuurlijk vaak genoeg voor de gezelligheid naar school maar bracht ook behoorlijk wat uren in de kroeg door met schaken, kaarten en andere spelletjes, altijd onder het genot van een beker chocolademelk. Geen vuiltje aan de lucht tot ik een repetitieweek vergeten was. Doorgaans werden die na een vakantie gehouden maar deze viel overal middenin en ik was al meer dan een week ‘ziek’.

Op een dag kwam ik net van de WC om mijn schaakpartijtje te hervatten toen ik mijn moeder door het tochtportaaltje zag komen met vuurrode vlekken in d’r nek en een niet zo blij gezicht, om het eufemistisch te zeggen. Ze werd direct gevolgd door een meewarig kijkende buurvrouw die een rijbewijs en dafje had.

De conrector had gebeld of ik toch niet in staat was mijn repetities te maken. Misschien had hij wel zijn vermoedens. Ik was er dus gloeiend bij.

,,Jij blijft zeker een maand binnen”, riepen mijn ouders maar toen ik uiteindelijk voor alle repetities, inclusief die ingehaalde, een voldoende had en ze mijn gezeur beu begonnen te raken mocht ik weer weg.

Toen het later, in de hogere klassen, interessanter werd op school verdween mijn behoefte om te spijbelen. Behalve bij gym. Dat heb ik tot het eind van de vijfde volgehouden.

foto: Schaken in de kroeg was stukken leuker dan naar school gaan. | foto Mieke van der Jagt

door Johanna Brouwer

‘Geweld eindigt waar liefde begint’ is in 1971 het thema van de Vredesweek die ieder jaar eind september gehouden wordt op initiatief van het  Interkerkelijk Vredesberaad. Op een christelijke middelbare school wordt daar uiteraard aandacht aan besteed.

Klas MMS 5a van de CSW in Middelburg, waar ik toen deel van uitmaakte, besluit dat het tijd is voor actie. Na enig rommelig overleg komen we tot het briljante idee om pannenkoeken te bakken op de donderdagse weekmarkt. De opbrengst gaan we besteden aan dekens voor Biafra, want daar woedt een burgeroorlog en de kinderen hebben het ’s nachts steenkoud. Onze leus is: ‘eet in vredesnaam een pannenkoek’.

We hebben de taken een beetje verdeeld: een groepje voor de organisatie: vergunning, huur kraam, verzekering en dergelijke; een groep voor de fysieke spullen zoals gasflessen, branders, pannen, borden en servetten; en een groep die de ingrediënten bij elkaar scharrelt. Het mag natuurlijk niet te veel kosten, want er moet wel wat overblijven aan het eind van de dag.

Ik weet niet meer of de CSW ook nog een duit in het zakje deed, wel dat ik van thuis een melkbus met veertig liter volle melk mag meenemen. Dat is alvast wat. Ook de andere ouders zijn wel te porren voor het idee en al snel hebben we melk, eieren, bakmeel en margarine in overvloed.

Een paar vaders komen helpen om de gasflessen aan te sluiten en ondertussen maken wij al emmers vol beslag. Om een uur of negen glijden de eerste pannenkoeken (toen nog pannekoeken) al uit de pan. We hoeven ze niet te stapelen; het publiek wil ze zo uit de pan opeten en het geld rinkelt al snel in de spaarpotjes. Veertig cent per stuk en drie voor een gulden. We lossen elkaar geregeld af zodat je ook eens even naar de wc (in Seventy Seven) kan en even tijd hebt voor een shagje.
Bij het scheiden van de markt zijn alle ingrediënten op en alle pannenkoeken verkocht.

Wat zijn we versleten en dan moet alles ook nog schoongemaakt en opgeruimd worden. Bekaf plof ik thuis op een stoel neer. ,,Kijk eens wat ik voor je bewaard heb”, zegt mama, ,,een lekkere pannenkoek, die heb je wel verdiend.”

foto boven: Ieder had z’n taak bij het bakken van de pannenkoeken voor vrede. | foto’s privéarchief Johanna Brouwer

door Peter de Jonge

Tijdens een wandeling op Kreta werd ik gepasseerd door een huurauto. Op de passagiersstoel zat een vrouw met een opengevouwen landkaart op haar schoot. In deze tijd van GPS-systemen, TomToms en andere mobiele routeplanners zijn er dus nog mensen die vertrouwen op de ouderwetse papieren landkaart.

Ik was al bijna vergeten hoe dat ook weer ging op vakantie. Wij hadden in onze auto standaard Het Beste Boek voor de Weg van de ANWB liggen. Een vuistdik, loodzwaar boek met wegenkaarten. Die waren zo gerangschikt dat als de ene weg eindigde je door kon bladeren naar de volgende. Of er stond boven- en onderaan de pagina een nummer dat verwees naar de vervolgbladzijde.

Met de auto naar het buitenland vereiste zorgvuldige voorbereiding. Dagen tevoren was je thuis bezig de route uit te stippelen. Ik noteerde op een blaadje de nummers van de snelwegen en de namen van de steden die we zouden passeren. Met dat kladje kon ik de borden boven de weg in de gaten houden. Ook zorgden we voor een handvol muntgeld, dat we in Frankrijk bij de tolpoortjes in bakken wierpen. Dat ging net iets sneller dan met bankbiljetten afrekenen bij het loket.

De reis over de autoroute liep meestal wel gesmeerd, maar zodra je van de snelweg afdraaide en de kronkelige weggetjes volgde werd het wel eens ingewikkeld. Dan nam mijn vrouw Het Beste Boek ter hand om aanwijzingen te geven. De ultieme relatietest. Want als we een verkeerde afslag namen was het natuurlijk háár schuld.

In grote steden was het helemaal een avontuur. In Nederland had je daarvoor nog het Shell Stratenboek, waarin de plattegronden van ontelbaar veel grote, middelgrote en kleine plaatsen stonden. Op het laatste was er zelfs een 100.000+ Stratenboek. Leuk weetje: er kwamen meer dan duizend bewust gemaakte fouten in voor. Een rechter had dit geadviseerd, omdat op die manier namaak gemakkelijk zou kunnen worden aangetoond.

Of de kaart van die mevrouw op Kreta ook fouten bevatte, weet ik niet. Maar kort nadat ze me was gepasseerd stopte de auto, ging het portierraampje naar beneden en vroeg ze of ik kon vertellen  waar ze het hotel kon vinden waarnaar ze op zoek waren. Ik pakte mijn mobiele telefoon, opende Google Maps en sprak duidelijk de naam van het hotel in, waarna de route op mijn schermpje verscheen. ,,Na driehonderd meter rechtsaf en dan meteen links’’, zei ik. De toeriste bedankte me vriendelijk, vouwde de kaart dicht en vertrok.

Foto: Dreamstime

door Peter Verdurmen

Wat keken we er naar uit! Je bent 16 en hebt kaarten bemachtigd voor een driedaags popfestival, het allereerste in Nederland, met grote namen. Wat heet! Jefferson Airplane, Santana, Canned Heat, The Byrds, Dr. John the Nighttripper, T-Tex, Fairport Convention, Soft Machine en ja natuurlijk Pink Floyd, de afsluiter van het Kralingen Popfestival op 26, 27 en 28 juni van het jaar 1970. De top of the bill van Woodstock, maar dan een jaar later.

Een tentje vonden we niet nodig, we hadden enkel slaapzakken meegenomen. Onder de blote hemel vind je altijd wel een plekje om te pitten, toch?
Hippies zover het oog reikte daar aan de Kralingse Plas in dat legendarische juniweekend. Relaxed sfeertje. Geen onvertogen woord gehoord die dagen. Echt waar! Love was in the air. Wie er bij was zal het kunnen beamen.

Tegenwoordig wordt het publiek van begin tot eind in de watten gelegd. Alles is geregeld, niets wordt aan het toeval overgelaten. Eetstalletjes te kust en te keur, bands die keurig op tijd beginnen, fatsoenlijk sanitair, security. Met pittige ticketprijzen als andere kant van de medaille….
55 (!) jaar geleden namen sommige medewerkers, herkenbaar aan een T-shirt met daarop in grote letters ‘We Help You’, hun taak iets te letterlijk. Dankzij hun vaardige hulp kwam menigeen zonder kaartje het festivalterrein op.

Voor jonge popfans zoals wij, ik was samen met goeie vriend Benny, was het puur genieten. Het matige geluid, de ellenlange pauzes, niemand zat er echt mee.
Sommige optredens staan me nog helder voor de geest. Op dag één natuurlijk de afsluiter, Jefferson Airplane met Grace Slick als leading lady, wow wat een stem, het drum- en gitaargeweld van Santana en swingende boogie blues van Canned Heat.

Niet alles smaakte. Mungo Jerry wist op zondagmiddag van geen ophouden: ‘In The Summertime’, leuk nummer Mungo, maar nu is het tijd voor een ander liedje.
En dan Pink Floyd, het toetje van het festival. Het was al na middernacht toen David Gilmour, Roger Waters, Richard Wright en Nick Mason aan hun set begonnen.
Een setlist om van te dromen: Astronomy Domine, Green Is the Colour, Careful With That Axe, Eugene, Atom Heart Mother, Set the Controls for the Heart of the Sun, A Saucerful of Secrets en Interstellar Overdrive. Inderdaad om van te dromen….

Ik kon m’n ogen niet open houden, wat ik ook probeerde of ik had stokjes tussen mijn oogleden moeten steken.  Toen ik wakker schoot was het legendarische Kralingenconcert inmiddels geschiedenis!

foto Peter Verdurmen

door Jopie Meerman

Wij wonen sinds 10 jaar hier aan het water in ons mooie appartement. Het is vanaf ons balkon genieten van het prachtige uitzicht en veel bedrijvigheid op de steiger. Vooral bij iedereen die bij ons te gast is (bij onszelf ook trouwens) is het zicht op Tholen het neusje van de zalm. Een vakantiefolder waardig.

Maar als in de zomer de temperaturen stijgen verandert ons uitzicht en dus ook het genieten. Want door blauwalg verandert de kleur van het water en wat erger is, er komt een nare geur te hangen. Ruik je dat? Doe de balkondeur maar dicht!

Dan vraag ik me af, waar is de geur gebleven van de klappers op de stenen tussen de paaltjes aan de dijk. Maar toen was het hier nog eb en vloed. Dus het is inmiddels echt een herinnering aan vroeger. En vanzelf denk je dan, waar zijn die geurtjes van vroeger gebleven?

Wie herinnert zich niet de timmermanswinkel waar je, op veilige afstand, mocht kijken. En waar een aparte geur hing van het zaagsel op de grond. En ik zie mezelf weer naar school lopen langs de bakkerij, waar je in de ochtend de verleidelijke geur van vers brood rook.

De was die op maandag hing te wapperen aan de drooglijnen zodat je ’s avonds zo heerlijk door die buitenlucht snel in slaap viel. Kwam je op vrijdag uit school dan rook de kamer naar boenwas en spiritus. Tot mijn schande moet ik jullie iets bekennen. Als ik nu visite krijg, pak ik een spuitbus meubelwas Pledge, zwaai er een keer mee in het rond en de gasten die arriveren zeggen dan: zo Jopie, je hebt lekker gewerkt…

Nu voel ik me door al die nostalgie een beetje oud, zoveel herinneringen. Want ook paarden beslaan gebeurt niet meer in de travalje op de Markt, maar zie je op zomermarkten als attractie. Die geur doet me ook denken aan het branden van een varken bij de slachter. Ik zal dan ook geen uitnodiging voor een BBQ afslaan om die lucht weer een keertje op te snuiven.

Uiteraard waren er vroeger en soms ook nu nog, geurtjes waarvan je bijna moet kokhalzen. Als er gegierd werd in de polder of de sloten rietvrij werden gemaakt. Maar ja, je woont nu eenmaal op het platteland en voor je het weet zijn ook die luchtjes verdwenen.

foto: Boerendag in Burgh: het beslaan van een paard. | foto Jopie Meerman

door Rinus Willemsen

Tsjoek, tsjoek, tsjoek, tsjoekkkkk. Dat is het geluid van een zwaar beladen Kempenaar die langzaam door de openstaande Ribbensebrug vaart richting Sas van Gent. Vol met suikerbieten.

Het was in het najaar van 1961 toen we dagelijks met een grote kôôie vanuit Biervliet door de Braakman naar Terneuzen fietsten. Ik zie het nog als een foto voor me. Het was op het eind van de schooldag. Je kon wel omrijden over een klein fietsbruggetje bij het postkantoor. We namen het kleine bruggetje niet en reden naar de grote brug. Ja, de Ribbensebrug. Die stond omhoog. Langzaam kwamen de laatste scheepjes uit de kolk gevaren. Ze puften een blauwe walm uit. Een keffertje liep door het gangboord en liet zich flink horen. ,,De maokt van z’n neuze”, dacht ik. Toen het scheepje al een heel eind het kanaal was opgevaren, stond het hondje nog hard te keffen, nu op het achterdek.

De slagbomen waren nog steeds naar beneden. Drie lampjes. Op het eind een vast licht, de twee andere knipperden om beurten. Ik bleef er aandachtig naar kijken. Kan je begrijpen. Bij ons op het dorp waren geen stoplichten of slagbomen. Toen ik die voor het eerst van mijn leven zag, was dat in Terneuzen. Ja, bij deze brug. Natuurlijk wist ik dat ze bestonden. Op school had ik ze vroeger wel eens gezien in een boekje van Veilig Verkeer. Maar hier, dat was toch wat anders. Ik kwam ogen tekort. En dan was er ook nog een bel. Die echt rinkelde. In de verkeersboekjes stonden die ook op een foto, maar gaven ze wel geluid? En hoe klonk dat? Hier bij de Ribbensebrug was dat allemaal te horen en te zien, in het echt. Gewoon fantastisch.

Langzaam zakte de brug. De bomen gingen omhoog. Ja, bomen zeiden we altijd. Het waren gewoon stalen buizen die slagbomen heetten. In de verte voeren de scheepjes moeizaam het kanaal op. Je hoorde ze niet meer. Ook het keffertje was stilgevallen. En wij? Wij reden over de brug, de polder in. Huiswaarts. Vijftien kilometer. De wind op de kop.

foto: De Ribbensebrug over de middensluis in Terneuzen. | fotobron Weenenk & Snel, Littooy/ Zeeuwse Beeldbank recordnummer 21475

door Frans van de Velde

Rijkswaterstaat stelde begin deze eeuw vast dat het ambacht van sluismeester ging wijzigen in dat van procesoperator.

Als herinnering aan al degenen die hun hart en ziel in dit vak hebben gelegd gaf ze in 2008 het boek ‘Wachters van Zeeland’ uit. Samengesteld en geschreven door Zeelandkenner/journalist Jacques Cats. Het geeft een goed historisch beeld van het ontstaan en de ontwikkeling van sluizen en bruggen in Zeeland en is tevens een ode aan de sluismeesters en brugwachters.

Die mensen zie je anno 2025 niet meer. De huisjes zijn bijna allemaal potdicht, met gesloten luiken. Af en toe staat er eentje open en voert de monteur zijn inspectie uit. Het beheer van sluizen en bruggen gebeurt nu op vaak flinke afstand. Vanaf de sluis in Vlissingen worden ze voor de kanalen van Walcheren en Zuid-Beveland bediend. De grootste regelpost zit in het Topshuis op Neeltje Jans, primair ontwikkeld voor de stormvloedkering, later uitgebreid met slimme technieken om een groot deel van het scheepvaartverkeer in Midden- en Noord-Zeeland te regelen. Terneuzen kent ook een flinke regelpost. Het lijkt allemaal feilloos te werken, maar: de wachters zitten opgesloten.

Als ik met de auto op het gemak in Zeeland aan het rondtoeren ben dan word ik regelmatig geprikkeld bij een brug of sluis de aanduiding P op te zoeken. In de zomer is er een ruim aanbod van de pleziervaart om naar te kijken. Daarbij vraag je je regelmatig af of de opvarenden wel echt plezier beleven. Vreselijke woorden klinken er soms als een bootje een verrassende manoeuvre maakt. Luid en duidelijk want geluid draagt daar lekker ver.

Hoeveel anders was het vroeger voor de brugwachter. Souburg had een speciaal gebouwtje, in de dijk geplaatst. Licht op rood zetten en onder flink belgelui de bomen sluiten. De prachtige brug laten draaien, de scheepvaartlichten op groen zetten, kant voor kant. Alles terugdraaien en wachten op de volgende schepen…

foto: De slagboom werd ooit vanuit dit Souburgse huisje bediend. | foto Frans van de Velde

door Jan Dirk van Scheyen

Bladerend in een oud fotoalbum stuitte ik op een serie zwart-wit foto’s uit de jaren zeventig van de Grote Avond. Dat zegt de meesten van u waarschijnlijk niets, maar de Grote Avonden waren een jaarlijks terugkerend festijn van de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren (CSW) in Middelburg, waar ik op heb gezeten.

In de Stadsschouwburg brachten leerlingen drie avonden achtereen een wervelende show op de planken met toneel, cabaret en muziek, dit alles onder begeleiding van enthousiaste leerkrachten die dikwijls zelf ook aan het gebodene meededen, zoals gymleraar Dick Zwitser en muziekleraar Bram Beekman. Na afloop van de voorstellingen was er dan altijd ook nog een bal na in de foyer met live muziek, zodat tot in de kleine uurtjes de voetjes van de vloer konden.

Het bestuur van de school was wel zo verstandig om ook de ouders van de leerlingen voor de Grote Avonden uit te nodigen, zodat die hun kroost tijdens het bal na een beetje in de gaten konden houden. Het waren feesten voor leerlingen, ouders én leraren, een soort pedagogische netwerkbijeenkomsten avant la lettre. Meestal waren alledrie de avonden volledig uitverkocht.

De eerste Grote Avond was bestemd voor de kleintjes: de leerlingen uit de eerste en de tweede klassen, en de twee daaropvolgende avonden voor de klassen 3 tot en met 6. Zelf had ik het genoegen om ook een paar keer te mogen meedoen aan zo’n Grote Avond, als muzikaal begeleider op drums in 1974 en 1976.

Het zou best kunnen dat de CSW nog altijd jaarlijks Grote Avonden op touw zet. Toen ik er in de jaren zeventig aan meedeed, hadden ze al een lange traditie van ik denk een jaar of twintig.

Ze werden georganiseerd door de leerlingenvereniging van de CSW, die luisterde naar de naam ‘Schim’, een naam waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen waar die nu precies vandaan kwam. Ik weet nog wel dat het bestuur van de Schim placht te vergaderen in een soort kelderruimte annex kleedkamer, die zich, diep weggestopt, bevond onder het podium in de aula van het schoolgebouw aan de Elzenlaan. Er werd natuurlijk gefluisterd dat er in die geheimzinnige bestuurskamer soms ook minder oirbare activiteiten plaatsvonden dan alleen vergaderen.

Ik bewaar fijne herinneringen aan die Grote Avonden. Het gaf een kick om op een echt theaterpodium voor een tot de laatste plaats bezette zaal muziek te maken. Op het bal na heerste altijd een opperbeste, uitgelaten sfeer. Er werd gedanst, gelachen en gedronken. Jawel, een biertje dronken we natuurlijk ook, en wel meer dan één. De regel NIX18, daar hadden we nog nooit van gehoord…

foto: Leerlingen en leerkrachten samen op het podium tijdens een Grote Avond van de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren in de jaren zeventig van de vorige eeuw. | Foto’s privéarchief Jan Dirk van Scheyen