Herinneringen aan de Noordweg

door Anneke Boerwinkel

Vanaf de Singel in Middelburg tot zeker Oostkapelle aan toe loopt de Noordweg. Mijn jeugd vond plaats aan een deel ervan, de verbindingsweg tussen destijds het dorp St.Laurens en buurtschap Brigdamme.

In vroeger jaren was het een agrarisch gebied en stonden her en der boerderijen verspreid. Tot de boeren gingen rentenieren en ze vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw een stukje land als woonstek gingen gebruiken.

De Noordweg vulde zich met merendeels simpele optrekjes, hier en daar afgewisseld met voornaam uitziende woon-en hofstedes, altijd met een flink stuk grond erachter om eigen groente en fruit op te verbouwen, in de voortuin een bloemenperk.

Sloten werden gedempt en vanaf de jaren vijftig werden meer woningen én straten bijgebouwd.
In 1966 werd Sint Laurens bij Middelburg gevoegd en net vóór die periode, tussen 1952-1967, groeide ik op aan deze Noordweg, toen nog ruim voorzien van boerenerven, grutters en andere soorten winkels, maar vooral samen met de vele kinderen in de buurt.

Babyboomers waren wij !

Het betrekkelijk korte stukje lintbebouwing van Brigdamme tot St.Laurens had een kleine twintigtal winkels of bedrijfjes.
We hoefden zelden naar de nabij gelegen ‘grote stad’, Middelburg, voor onze boodschappen.

In die tijd had je de messen/scharenslijper, de voddenman, de bakker op z’n fietskar, de melkboer met paard en wagen, zo ook de man met een wagen vol huishoudelijke artikelen die in die jaren langs de huizen ventten.

’s Winters keek ik geobsedeerd naar deze  mannen, hoe ze in de barre kou met hun grote handen, bedekt met halve handschoenen (!), in hun schoudertas vol geld graaiden als ze wisselgeld moesten teruggeven.

De enige slager in de buurt bevond zich net over de grens, in Middelburg. Onze moeder belde hem wekelijks: ‘Wilt u een pond half-om-half gehakt klaarleggen en het op de rekening zetten, slager ? Dan haalt m’n dochter het als ze van school komt’.
Hetzelfde kon gebeuren bij de kruidenier, de bakker of de eierboer. Wij werden er op uitgestuurd en deden braaf wat ons werd opgedragen.
Ik kwam graag bij Saar, een gezellige roddeltante, prontjes gekleed in haar Zeeuwse boerendracht, altijd nieuwsgierig naar de laatste nieuwtjes. Van alles had ze te koop: fournituren, boerenzakdoeken, stoffen voor de klederdracht, huishoudelijke artikelen, enzovoorts.
Kortom een ‘Saartje van alles’….
Even verderop was de eierboer alwaar wij ‘kneusjes’ haalden want pannenkoeken, omelet en dergelijke konden heus wel met kapotte eieren gebakken worden, én voor de halve prijs !
Zijn broer aan de overkant was één van de drie grutters aan de Noordweg.
In dit centrum van Brigdamme waren de meeste winkels een schildersbedrijf, schoenmaker, ‘Saartje van alles’, eierboer, twee kruideniers, smid, fietsenzaak/taxi.
Richting Middelburg stonden een carrosseriebedrijf, aannemer, groente/fruit-bedrijf, verderop hadden we een antiquair aan huis, bloemenkas, bakker, kruidenier, aannemer/ timmerbedrijf, ernaast woonde een architect.
Dan de enkele boerderijen niet te vergeten !
Ik kwam er graag en kon goed bedelen om bijvoorbeeld de peulen voordat ze gedorst werden. Er zaten nog verse bonen of erwten in en soms at ik er te veel van, met buikpijn tot gevolg.

Als in de herfstvakantie een boer langsreed met suikerbieten vroeg ik om mee te mogen rijden.

8, 9 of 10 jaar was ik en ik vond het een avontuur zo hoog naast hem op de bok te zitten, neerkijkend op die enorme dikke bewegende paardenkonten. Rustig kuierend begaven we ons naar de Loskade in Middelburg alwaar de bieten gewogen werden die vervolgens per schip naar de suikerfabriek in Dinteloord vervoerd werden.

Op een mooie dag vroeg ik boer De Nood om hem te mogen helpen melken. Zijn bedrijf stond nog net in Middelburg, het weiland waar z’n koeien graasden lag achter ons huis, in Brigdamme. Ze werden twee maal daags gemolken.
Op mijn vraag of ik mocht meehelpen werd me aangeraden ‘óm te rieje’, de fiets ‘bie ’t ek te zette’ en naar de oudste zoon te gaan: ‘ie zà je wè ellepe méé ’t melke…’

Dat vroeg de nodige oefening: eerst het stil én vooral kunnen blíjven zitten op het 1-potige krukje, dan de zwiepende staart zien te ontwijken – zoonlief bond deze uiteindelijk vast aan een koeienpoot – om vervolgens tot het echte melken over te gaan.

Dat lukte met pijn en moeite, zodanig dat ik het bij die ene ‘hulp-actie’ heb gelaten. Dagenlang liep ik nog rond met pijnlijk stijve vingers van het veel te krampachtige knijpen.
Bevoorrecht, nieuwsgierig en avontuurlijk doktersdochtertje als ik was stelde ik me in het vervolg tevreden met mijn achternaam zonder het boerenleven écht te hebben geleefd, maar het nodige ervan te hebben béleefd….

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.