We zingen De veldmuis in het beukenbos

themakrant Groot-ouders en kleinkinderen (editie 9, juni 2021)

 

Door alle beperkende coronamaatregelen waren we als redactie het afgelopen jaar genoodzaakt om vooral digitaal verhalen met onze lezers te delen. Redacteur Jan van Damme schreef het openingsverhaal van het juninummer, dat gelukkig wél mag verschijnen als papieren krant. De krant heeft als thema: ‘Grootouders en kleinkinderen’. In de komende periode plaatsen we op de website steeds verhalen die ook in de papieren krant staan.

 

door Jan van Damme

Dat kleine grut is ons dierbaar. Dat gold vroeger net zo hard als nu. Het grappige is, als je een zekere leeftijd hebt bereikt, kijkt het woord kleinkind terug en vooruit. Namelijk, je bent of je wás ooit kleinkind. En heel vaak, als je zelf kinderen hebt, krijg je ook nog eens een kleinkind. Of meerdere. U weet wel, van die kleine, vrolijke kraaiers op wie je mag passen als papa en mama het te druk hebben of hoognodig eens even op de pauzeknop moeten drukken.

Links en rechts

In dit verhaaltje kijk ik naar links en rechts. Links is de tijd dat ik zelf kleinkind was en vol verwondering naar mijn opa en oma Tol keek. Rechts is de tijd van nu, dat ik vol verwondering naar mijn ontluikende kleinzoontjes kijk.

We gaan eerst links, naar het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Opa en oma Tol woonden halverwege tussen Hoofdplaat en Driewegen. Een groot huis waar een halte van de stoomtram was. Opa had het oudroze geschilderd, een kleur die misschien ooit in de mode is geweest. Ze woonden daar bijna in hun eentje.

Jokeren

Opa en oma Tol

Opa en oma Tol.

Aan de overkant van de weg, onderaan de dijk, stond het huisje van buurvrouw Janna. Zij kwam ‘s avonds nogal eens kaarten. Jokeren, om een cent de kaart. Opa en oma hadden ieder hun eigen centenblikje dat ze op de schoorsteen bewaarden.

Ik weet nog dat ze aangesloten werden op de waterleiding. Die kwam overigens niet tot hun buiten-wc. Dat bleef dezelfde poepdoos met een stapel in repen gescheurde kranten ernaast. Oma had uitgevonden dat het water uit een druppende kraan niet door de meter werd geregistreerd. Dus hing ze een emmer onder de kraan om zo gratis water op te vangen.

Petroleumlamp

Voor er elektriciteit kwam hadden ze een petroleumlamp boven de keukentafel. Die zorgde voor een mooi schemerig licht. Met de rode gloed van de vlammen in de buiskachel maakte dat de keuken op winterse avonden beregezellig. De keuken was ook de enige ruimte in huis die werd verwarmd.

Toen er elektriciteit kwam, kochten opa en oma na een tijdje een zwart-wit televisie. Ze keken altijd naar Armand Pien, de Belgische weerman, die oogde en klonk betrouwbaarder dan de Hollandse weervoorspellers. Snip en Snap vonden ze ook fantastisch. Ik geloof niet dat er toen nog veel werd gekaart. Buurvrouw Janna keek mee naar Snip en Snap.

Wybren en Elias

Wybren en Elias van Damme

Wybren en Elias van Damme.

Nu gaan we naar rechts. En kijk ik naar onze twee blakende kleinzonen. Wybren en Elias. Ze wonen in Schiedam. Da’s een beetje jammer, maar wel overkomelijk want het is niet uit de wereld. U hebt misschien ook meegemaakt dat uw kinderen niet in Zeeland bleven maar erop uit trokken en vooral de Randstad mooi vonden.

Onze kleine mannen zijn heerlijke handenbinders. Wybren heeft een grote voorliefde voor prentenboeken. De giraf van Dikkertje Dap en het hondje Snuffie van Dick Bruna zijn favoriet. Elias kan bijna kruipen. Als de vloer glad genoeg is, verkent hij zijn wereld door zich op zijn buik met zijn armen vooruit te trekken. En een lol dat ‘ie dan heeft. We leren hen liedjes die wij van onze opa en oma hebben geleerd. ‘De veldmuis in het beukenbos’ en ‘Iedere avond trok bij buurman een kwajongen aan de bel’. Nog ‘ns opa, nog ‘ns oma. Soms worden we er wel een beetje schor van.

Geen reacties

Geef een reactie