Columns van de redactie

De redactie plaatst wekelijks een foto ‘uit de oude doos’ op deze webpagina, met daarbij een leuke anekdote. Bij veel columns werd de auteur daarover geïnterviewd door Remco van Schellen voor Zeeland wordt Wakker op Omroep Zeeland Radio. De interviews kunt u terugluisteren via de podcast Zeeuws Weerzien: klik hiervoor op de link onderaan het artikel. Veel lees- en luisterplezier!

Borrelt er een eigen herinnering bij u op? Deel deze met andere lezers! U kunt hiervoor het reactieformulier gebruiken of stuur een mail aan web@zeeuwsweerzien.nl

Onlangs was columniste Margreeth Ernens jarig en terugkijkend ervaar je je verjaardag als kind toch heel anders dan als volwassene -Lees meer
Mieke van der Jagt beschrijft in haar column hoe zij met Koningsdag als waarzegster geld ophaalde voor Gaza. Haar 'klanten' -Lees meer
De zolder opruimen! Prima plan. Het moet er een keer van komen. Je kunt niet alles bewaren. -Lees meer
Peter de Jonge maakte als scholier mee dat de Mammoetwet zou worden ingevoerd. Dat ging niet zonder slag of stoot, -Lees meer
Eind jaren vijftig logeerde 'bleekneusje' Tjitse in Brouwershaven bij het gezin van Ans van Nieuwenhuijze. Tjitse kwam uit een groot -Lees meer
Columnist Allie Barth woonde in de jaren vijftig in Middelburg. De kanalen waren een favoriete speelplek van de schooljeugd. Het -Lees meer
Peter Verdurmen kreeg schoolzwemmen in de Braakman. En dat had iets spartaans, want het water was hooguit vijftien, zestien graden. -Lees meer
Als dertienjarig jochie maakte Jan Dirk van Scheyen het gedenkwaardige nachtconcert mee van de Britse rockgroep Man op het Middelburgse -Lees meer
Frans van de Velde denkt in zijn column terug aan een zondagmiddag, toen hij samen met zijn vriendjes, over de -Lees meer
De feestelijkheden rondom het 600-jarige bestaan van Tholen-stad liggen Jopie Meerman nog vers in het geheugen. Toen, in 1966, waren -Lees meer
door Margreeth Ernens-Abrahamse

Onlangs was ik jarig. Hoewel geen kroonjaar had de verjaardag wel een bijzonder tintje: vanaf nu mag ook ik gaan ‘trekken van Vadertje Drees’.

De dag zelf liet ik maar over me heen komen. Het is mij genoeg dat vrienden en familie laten weten dat ze aan me denken. Dat doen ze door langs te komen, via kaartjes, WhatsApp-berichtjes of iets te schrijven op de tijdlijn van mijn Facebook. Mijn zoon versierde traditiegetrouw de huiskamer en met een handgeschreven kaart toont hij dat hij veel om me geeft. Een mooier cadeau kun je een moeder niet schenken.

Als kind ging het me er vooral om wat ik zou krijgen. Lang voor de Grote Dag lag ik er al wakker van. De spanning liep op naarmate mijn verjaardag dichterbij kwam. Kaartjes, appjes en Facebook kwamen er niet aan te pas. De dag begon met een feestelijk ontbijt, waarbij mijn ouders en broers en zus me toezongen. Daarna kreeg ik dan mijn cadeautjes die ik vol spanning uitpakte.

Mijn tiende verjaardag werd bijzonder door mijn cadeautjes: ik kreeg een echte poppenkast van mijn ouders en blijkbaar zaten een heleboel mensen in het complot, want iedereen gaf mij een handpop, zodat ik ook iets kon dóen met de poppenkast.

Daarna ging ik – gekleed in mijn zondagse jurk – met broer Rienk naar school. Mijn moeder had een speciale traktatie verzonnen: kauwgomballen in plastic staven. Het zag er heel leuk uit, maar toen ik de klas rond mocht om iedereen er een te geven, kregen we de kleurige ballen er met geen mogelijkheid uit. De meester moest er aan te pas komen en hij zette zonder pardon de schaar in de plastic staven. Inmiddels vond hij dat er al veel te veel tijd met die traktatie verloren was gegaan en hij stuurde me met mijn vriendinnetje op verjaardagsronde langs de andere klassen. Toen we terugkwamen bleek dat hij de klas zelf maar had voorzien van de kauwgomballen. Dat was toch wel een domper dat ik niet zelf had mogen trakteren.

De volgende woensdagmiddag mochten er vijf vriendjes en vriendinnetjes mee naar mijn huis om feest te vieren. Ook mijn zus en drie broers mochten een klasgenootje meenemen, dus zouden er veertien kinderen zijn. Het feestprogramma hield in dat we allemaal creatief aan het werk werden gezet. Op grote vellen papier mocht iedereen een decor voor in de poppenkast schilderen. Met al die schilderende kinderen zag onze huiskamer er al gauw uit als een rommelig atelier. Natuurlijk werd er ook met de poppenkast gespeeld en we hadden de grootste lol bij het bedenken van verhaaltjes bij de verschillende decors. Wat spelletjes en frietjes met ijs toe besloten mijn verjaardagsfeestje.

Het was al snel bekend op school dat ik in het bezit was van een poppenkast met bijbehorende poppen. Regelmatig werd er gevraagd of ik voor de kleintjes een voorstelling wilde geven. Nu had ik geen gebrek aan fantasie en ook toen al schreef ik graag verhaaltjes, dus optreden – vaak samen met broer Rienk of mijn vriendinnetje – was altijd een succes, want de kinderen lachten zich een breuk.

De poppenkast staat nog steeds in een hoekje op zolder. Jan Klaasen, Katrijn, de politieagent en de andere poppen moeten ook nog ergens in een doos liggen. Als ik de kast zie staan, moet ik altijd denken aan het gelach van mijn publiek. Het bewijst maar dat je met een beetje fantasie anderen, maar ook jezelf, al gauw een goed gevoel kunt geven.

foto: De spanning stijgt als het doek nog voor het decor hangt… en als het gordijn wordt opgetrokken is het altijd een verrassing wie er het toneel betreedt! | foto Margreeth Ernens

Op Koningsdag dit jaar heb ik zitten waarzeggen. Voor de gein natuurlijk: Waarzeggen, 1 euro voor Gaza. Ik had twee stoelen en een tafeltje op de brede stoep van de Oostsingel in Goes tussen twee drommen mensen. Mezelf een beetje raar uitgedost, wat vage flauwekulletjes op tafel en een stok dixit-kaarten. Ik had Tarotkaarten van iemand geleend maar die was ik vergeten. Ik ben die hele dag alleen van mijn plek geweest om te plassen en heb 31 euro verdiend.

Wat mij het meest van alles verbaasde, was dat zeventig procent van de mensen die eerst lacherig aan mijn tafeltje kwamen zitten, binnen vijf minuten me het hemd van het lijf hadden verteld. Vijf ‘klanten’ barstten gedurende het gesprek in tranen uit. Nogmaals: aan weerskanten van mijn tafeltje dromden de mensen voorbij.

Ik zou mezelf natuurlijk nu op de borst kunnen kloppen en op de schouders kunnen slaat. Zo van: wat heb je toch een vertrouwenwekkende uitstraling, wat kun je toch goed luisteren enzovoort. Maar niets is minder waar: mensen zitten gewoon verschrikkelijk verlegen om een praatje en als er iemand wil luisteren, kan niet schelen wie, komen ze op de proppen met wat hen het meeste dwars zit, de dingen waar ze aan twijfelen, het verdriet dat kennelijk zomaar geen uitweg vind.

Achteraf sta ik te kijken van mijn eigen verbazing. Ik weet toch ook dat er geen hond meer zijn hok verlaat zonder mobiele telefoon. Stel je voor: je loopt met iets zwaars op het hart wat je ontzettend graag zou willen delen. Je gaat de straat op, bijvoorbeeld naar een caféterras. Daar zitten nog wel mensen in groepjes of met z’n tweeën te praten, maar wie alleen zit, kruipt geheid in z’n telefoon. En dan te bedenken dat diegene misschien best ook weleens graag met iemand zou willen kletsen. Maar stel je voor dat je uit je bubbel moet!

Sterker nog: je ziet mensen die overduidelijk bij elkaar horen, groepjes jonge gasten, oudere vriendinnen, echtparen allemaal met hun telefoon bezig. In cafés, restaurants, op terrasjes, perrons; zoek nog maar eens een plek in de openbare ruimte waar dat niet gebeurt. Ik wil niet veel zeggen maar dat gaat een keer mis.

Straks is iedereen met zijn sores – en die hebben we allemaal – aangewezen op professionele hulpverleners. Of op een halve gare die gaat zitten waarzeggen. Ik doe het in elk geval volgend jaar weer want wat ik nu ook weet: iedereen die gaat zitten is aardig.

foto: Waarzegster Mieke: ,,Mensen zitten verschrikkelijk verlegen om een praatje.” | foto Mieke van der Jagt

door Ali Pankow

De zolder opruimen! Prima plan. Het moet er een keer van komen. Je kunt niet alles bewaren. Maar wat een uitdaging, want achter opruimen schuilt een berg melancholie. Aan vrijwel elk voorwerp dat in je handen komt, kleeft een herinnering.

Die oude fotoboeken leg ik bij voorbaat even opzij. Anders zit ik de hele middag plaatjes te kijken van opa’s en oma’s en trouwfoto’s van ooms en tantes en denk ik terug aan logeerpartijtjes destijds bij deze lieve mensen en aan later hun begrafenissen. Dan komt er niks van opruimen met het doel zoveel mogelijk spullen weg te gooien. Dus, vooruit…aanpakken.

Mijn kleppers, waarmee ik fanatiek klepperde in mijn klepperclubje.

Lege dozen genoeg om te vullen met alles wat naar Reinigingsdienst of Ruilwinkel kan. Een stapel oude toneelscripts, wat doe ik daar dan mee? Niet nadenken,  tanden op elkaar, even zuchten en hup in die doos voor de Reinigingsdienst. Met die dappere instelling lukt het wel. Een tijdje gaat het goed en raken er al twee dozen gevuld. Maar dan heb ik ineens twee kleine, houten plankjes in m’n handen. Natuurlijk….kleppers! Kan ik het nog, klepperen? Oei!, ik krijg er nauwelijks nog geluid uit. Terwijl ik vroeger zo fanatiek was en op de lagere school zelfs een klepperclubje oprichtte. Een groepje klasgenootjes dat ’s middags na schooltijd bijeen kwam in de tuin of het schuurtje bij een van ons om een hoop kabaal te maken. Hoewel kabaal, er zat heus wel structuur in, we deden enorm ons best tegelijk te klepperen. Wat een herinnering….die kleppers bewaar ik nog even. Kindertjes van nu en zelfs mijn dochter van 43 hebben geen idee meer wat je met die kleppers kon doen.

Uit een van de albums dwarrelt plots toch een fotootje: Het is een portretje van mezelf toen ik 10 jaar was. Dat kan niet missen, want er staat op ‘maart 1962’ en onder die letters het kopje van Pipo de Clown. Mijn eigen hoofd staat afgebeeld in het scherm van een televisietoestel. Het plaatje komt me heel vaag bekend voor. Maar waarom, waar en wanneer precies gemaakt? Ik heb geen idee. Door dat Pipo-kopje en dat beeldscherm zou je een landelijk project verwachten.  Zouden er meer mensen zijn met zo’n jeugdfotootje? Leuk om nog even te bewaren. Het opruimen van de zolder blijft een uitdaging.

Foto: Een portretje van mezelf toen ik tien jaar was. Geen idee waarom, waar en wanneer de foto werd gemaakt. Misschien hebben meer mensen zo’n fotootje, wie weet! | foto’s Ali Pankow

door Peter de Jonge

De jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw waren de jaren van protest. Verzet tegen de gevestigde orde: ouders, leraren, iedereen in uniform.

Ik ben nooit ijverig geweest in het beschilderen van beddenlakens met opruiende leuzen. Mijn grootste verzetsdaad was dat ik op mijn schooltas, een zogenoemde pukkel, met dikke viltstift JOHNSON MOORDVENT had geschreven. Om uiting te geven aan mijn afkeer van de oorlog in Vietnam. Moordvent was bewust gekozen. Want het bevriende staatshoofd van Amerika MOORDENAAR noemen was strafbaar. Opmerkelijk detail: de pukkel was een legertas, met als officiële naam ‘gevechtstas’. Je kon ze kopen bij Brammetje Dump in Middelburg, waar je veel oud militair spul kon aanschaffen.

In opstand kwamen we ook tegen de Mammoetwet, die in 1968 werd ingevoerd. Ik zat op het Sint-Willibrordcollege in Goes nog net op de oude ‘hbs’, die door deze wet zou verdwijnen. Voor de oude schoolvormen kwamen een brugklas en daarna mavo, havo en atheneum in de plaats. Ook het beroepsonderwijs veranderde. De huishoudschool was niet langer alleen toegankelijk voor meisjes en de lts niet meer alleen voor jongens. Gelijke kansen voor iedereen, was het motto. Prima toch, zou je denken.

Waarom we dan protesteerden? In 1969 namen leraren van het Twickelcollege in Hengelo een motie aan waarin stond dat er te weinig geld was voor de goede uitvoering van de wet en zij te weinig invloed hadden op het beleid. Dat groeide uit tot een landelijke actiedag, waarbij onze school zich aansloot.

Er verscheen een Ekstra Aksie Editie van de schoolkrant Aurora, waarvan ik hoofdredacteur was, en waarin we schande spraken van die financiële behandeling door Den Haag. Leraren zouden die dag geen les geven (wat wij geweldig vonden) en we hingen protestposters op. Ik bevestigde, bij gebrek aan een trapje staande op een tafel, de door een van de leerlingen bedachte en niet al te beste slogan ‘Mammoet Geldmoetd’ boven de hoofdingang. Het is de enige foto van mijn rebelse activiteiten.

foto: Peter hangt het protestbord ‘Mammoet Geldmoetd’ op. | foto Peter de Jonge

door Ans van Nieuwenhuijze

Twee zomervakanties achter elkaar logeerde Tjitse bij ons in Brouwershaven.

Het was eind jaren vijftig en het was in die tijd nogal eens gebruik dat je bij familie elders in het land ging logeren. Maar Tjitse was geen familie van ons. Hij woonde in hartje Rotterdam. Hij was één van de kinderen die via een vakantieprogramma werd uitgezonden naar het platteland. Het initiatief daartoe stamt al uit het eind van de negentiende eeuw. Toen ging het om zieke kinderen met bijvoorbeeld tuberculose. Tjitse was gezond en kwam uit een groot gezin dat het niet breed had.

De logeerpartijen duurden een aantal weken. Hoeveel precies weet ik niet. Als kind sloeg ik zulk soort weetjes niet op.

Tjitse speelde niet alleen met mijn oudere broer Adri en mij. Hij maakte ook zonder ons vriendjes in de smalstad. Met het gezin gingen we ook wel dagjes uit.
Zo herinner ik mij dat we Miniatuur Walcheren in Middelburg bezochten, wat niet alleen voor hem maar ook voor Adri en mij een leuk uitstapje was.

Mijn jongere broer Han – hij was toen een jaar of twee – was geen  partij voor Tjitse. Wel heeft onze logé een speciale rol in zijn voortbestaan gespeeld.

Ik had een grote prop kauwgum en die had ik even weggelegd om later weer verder te kauwen. Blijkbaar had ik geen goed plekje uitgekozen, want Han had die prop in zijn mond gestopt en dreigde daarin te stikken. Tjitse trad kordaat op door zijn wijsvinger achter de prop te krijgen en daarna was het leed geleden. Ik kreeg wel een standje voor mijn nonchalance.

Tjitse was een goede eter en in die vakanties kreeg hij er steeds een paar kilootjes bij. Met één ding kon mijn moeder hem geen plezier doen en dat was botersaus, dat we  nogal eens kregen bij kabeljauw.

Hij kwam tegen etenstijd thuis en zag dat mijn moeder die saus aan het maken was. Hij dacht dat hij buiten gehoorsafstand was, maar mijn moeder ving op: ‘Bah, alweer die rotsaus’.

Foto: (vlnr) ikzelf, Peter (de half Tiroolse/half Brouwse kleinzoon van de buren), Adri en Tjitse. | foto familiearchief Ans van Nieuwenhuijze

door Allie Barth

Ik trap natuurlijk een open deur niet dicht wanneer ik de schoonheid van Middelburg bezing.

Prachtige monumenten geven de binnenstad een voornaam uiterlijk van ongekende schoonheid. Restauraties na de periode 1940-1945 werden bovendien op knappe wijze in het straatbeeld gepast. Middelburg met zijn binnenstad omgeven door grachten aan de stadskant ingebed door wandelpaden in het groen, waar het goed toeven is.

Maar er zijn ook kanalen die iets vertellen van Middelburg als handelsstad. Een ervan loopt tot aan de Dam toe. Dat kanaal deed in de twintigste eeuw ook dienst als droogdok, waarin onder meer schepen van de Koninklijke Marine werden gedokt. Toen wij in Middelburg woonden in de jaren vijftig hadden wij een bejaarde buurman, die daar nog weet van had en er goed over kon vertellen.
Na de oorlog werd dat water onder meer gebruikt voor de houthandel. Er lagen daar toen lange boomstammen in het water. Aan beide zijden was een ‘vlot’ gemaakt voor de werklui, die zich met de stammen moesten bezighouden.

Op zeker moment werd dat een tijdje een levensgevaarlijk speelterrein voor de Middelburgse schooljeugd. De brutaalste jongens liepen over de in het water liggende balken vliegensvlug naar de overkant, totdat het mis ging. Een van de jongens, nog geen tien jaar oud, wilde het ook eens proberen, maar viel tussen twee balken in het water en verdronk.

Hij zat een klas lager dan ik op de Gravenstraatschool. Het hoofd ging een dag later langs alle klassen om te vertellen dat een van de leerlingen de dood had gevonden. Natuurlijk waren we onder de indruk. De kinderen uit zijn klas gingen mee naar de begrafenis. De overige klassen kregen een middag vrij, want alle leerkrachten gingen ook naar de begraafplaats.  Het was een tragische gebeurtenis in ons schoolleven. Maar algauw was voor ons, leerlingen, de situatie weer normaal. Dat gold natuurlijk niet voor zijn ouders en broertjes en zusjes.

door Peter Verdurmen

Schoolzwemmen had in de jaren zestig iets spartaans. In ieder geval op onze school. We kregen zwemonderricht in de Braakman, een afgedamde zeearm tussen Biervliet en Hoek.

Het water was groenig van kleur. Als je erin dook was het zicht beperkt tot enkele meters. In het voorjaar warmde de enorme plas water met aan de einder de eerste pijpen van de Amerikaanse chemiereus Dow slechts langzaam op. Kleumend stonden we aan de rand van het natuurbad. De watertemperatuur was hooguit vijftien, zestien graden schat ik. Hup, even doorzetten jongens!

Als je de schoolslag eenmaal te pakken had, kreeg je er vanzelf lol in. Het eerste diploma bleek een fluitje van een cent. Daarna door voor diploma nummer twee. Bij het onderwaterzwemmen deed ik iets te goed m’n best: je zag nauwelijks een hand voor ogen.

Op de kant werd mijn moeder wat paniekerig. ‘Waar is toch onze Peter?’ Toen ze m’n natte koppie boven water zag komen slaakte ze een zucht ven verlichting. In het verslagje in de krant stonden de namen van alle geslaagden. Beretrots was je. Van AVG had nog nooit iemand gehoord….

De Braakman is een zwemplas vol zoete jeugdherinneringen. Met andere durfals naar de overkant zwemmen, zigzaggend de wind in de zeilen krijgen, waarbij ik de fokkenist was, na een lange zonovergoten dag met een brandende rug terug naar huis fietsen, snoep kopen in de wigwam…
Ineens was het over. De lokroep van het nieuwe zwembad, praktisch om de hoek, konden we niet weerstaan.

Foto: De Braakman anno 2024. | Foto Peter Verdurmen

door Jan Dirk van Scheyen

Kennelijk moeten mijn ouders mij als dertienjarig jochie gewoon hebben laten gaan. Anders was ik op die gedenkwaardige zomerdag in 1970 héél laat in de avond nooit getuige geweest van dat bijzondere popconcert.

Het publiek tijdens het muziekfestival Music in the Park op 1 augustus 1970, waarvan de Britse rockgroep Man de hoofdact vormde. | foto Zeeuws Archief / fotoarchief Dutch J. den Hollander

Het was in meerdere opzichten een gedenkwaardig popconcert. Voor mijzelf omdat het de eerste keer in mijn jonge leven was dat ik een live concert bijwoonde, en dat maakte veel indruk. Maar het concert is de geschiedenisboeken ingegaan vanwege het volume dat de optredende band produceerde. Ik heb het natuurlijk over het legendarische openluchtconcert van de Engelse rockgroep Man in de muziektent op het Molenwater in Middelburg op zaterdagavond 1 augustus 1970.

Ja, het volume dat die band produceerde was enorm. De PZC schreef dat de rockmuziek van Man het rumoer had overstemd van de kermis op de Markt die op dat moment ook in volle gang was. Ik als jonge, popminnende toehoorder vond dat muzikale ‘kabaal’ natuurlijk heel opwindend. Maar enkele afdelingen in het nabijgelegen ziekenhuis ’t Gasthuis hadden er zo veel last van dat ze hebben overwogen om hun patiënten tijdelijk naar een rustiger deel van het hospitaal te verplaatsen.

Een combinatie van windstilte en de aanwezigheid van een soort neveldekens die op die warme augustusavond in delen van de stad bleven hangen, zou er voor hebben gezorgd dat het concert van Man, dat rond elven begon, tot in de wijken ’t Zand en de Griffioen – waar ik woonde – te horen was. Dat verklaart meteen waarom ik er bij was. Als broekie van 13 ben ik die avond, nieuwsgierig geworden door het geluid, op de fiets gesprongen en simpelweg op de muziek afgegaan.

De ‘herrie’ was trouwens ook een beetje de eigen schuld van de gemeente. Die had de vergunning afgegeven voor het muziekfestival waar Man de afsluitende act van vormde.

De gemeente had verzuimd om een gemeentelijk functionaris naar het concert te sturen die erop moest toezien dat de volumeknoppen van de versterkers zo laat in de avond niet te ver opengingen.

De geschrokken projectleider van jongerencentrum De Beuk dat het concert had georganiseerd, Burny Bos, bood achteraf excuses aan en stuurde als pleister op de wonde een paar grote bloemstukken naar de getergde en nog amper van het muzikale geweld bekomen patiënten in het ziekenhuis.

Maar er waren ook omwonenden die het allemaal wel prima vonden en die geen last hadden van de luide rockmuziek, zoals mevrouw Mijnsbergen, die tegen de krant zei dat ze een deel van het concert had bijgewoond. ,,Het was wel eens leuk, al dat lange haar en die stukken bloot hier en daar’’, zei ze. ,,Ik heb zelf kinderen – dan begrijp je dat immers allemaal iets beter.’’

En de band Man, waar het allemaal om draaide?

Die treedt nog altijd op.

Foto: Het publiek tijdens het concert van de Britse rockgroep Man in Middelburg op 1 augustus 1970. | Foto Zeeuws Archief / fotoarchief Dutch J den Hollander


door Frans van de Velde

Na de natte voorzomer dit jaar werd het opeens warm en liet de Vlissingse Boulevard zich van haar goede kant kennen.

Een strandmens ben ik niet, maar in zee zwemmen is heel fijn, zeker als het water 20 graden of meer is! Als pakweg tienjarige jongetjes gingen we hoog zomer af en toe naar het strand. En badderen in het zeewater – echt zwemmen was er niet bij. Naar mijn zin had ik het nauwelijks, want al dat zand, water en zout op mijn brilletje was niet leuk.

Met de Boulevard was het anders. Ik heb al jong de liefde van mijn vader begrepen die meerdere malen per dag de hele Boule over reed, van en naar kantoor. Onze buurman was ober in Britannia. Wat zag die man er altijd chique uit als hij op weg naar zijn werk voorbij liep. En hoe mooi vond ik het gebouw, ‘het paviljoen’ met het brede terras en de beroemde mozaïeken die van buiten naar binnen doorliepen. De foto moet op een zondag zijn geschoten. Iedereen fraai gekleed over de brede straat, met tweerichtingsverkeer. De spaarzame auto’s kende ik allemaal van merk.

Vanaf de straat liep een schuine stenen afscheiding naar het strand, met hier en daar een trapje. Wij jongetjes hadden ontdekt dat je daar met een stevig stuk karton onder je broek lekker naar beneden kon glijden. Mijn moeder had dit wel eens mis zien gaan als het karton er tussenuit gleed en ik kreeg een nadrukkelijk verbod. Maar ja: op weer eens zo’n mooie zondagmiddag raakte ons vriendenclubje bij de stukken karton verzeild en kon ik de verleiding niet weerstaan. Meerdere keren schoot het karton weg en gleed ik op mijn broekje door. Lachend wees mijn buurjongetje op mijn achterwerk: hij zag mijn witte onderbroek. Ik voelde de scheur in het zondagse broekje dat ik voor de tweede maal droeg.

Het kon niet erger. Het terras thuis zat vol bezoek toen ik de tuin insloop met mijn hand op mijn achterwerk. Het gelach van iedereen toen ik me op mijn pa’s bevel had omgedraaid, de woede van mijn moeder (‘je weet dat je dat niet mag en dan ook nog je gloednieuwe broek’) en later nog een preek van mijn pa. Een staaltje van schade met grote schaamte.

Foto: De Boulevard van Vlissingen met hotel Britannia, omstreeks 1962.

door Jopie Meerman

Waar was je toen…? En dan volgt er een memorabele gebeurtenis. Meestal iets wat grote impact had op het wereldgebeuren.

Gelukkig zijn er ook herinneringen in je leven die een gouden randje verdienen. Zoals bij mij het feest van 600 Jaar Stad Tholen.

Tholen, een dorp? Ik spring uit mijn vel als dat gezegd wordt! Dat grootse feest met versierde straten, verklede mensen, al die activiteiten hebben we toch niet voor niets gevierd. Want groots was het .

Tholen, vierde in de rang van stemhebbende steden in Zeeland, kreeg 7 december 1366 stadsrechten. Reden om  van 12 tot en met zaterdag 17 september 1966 feest te vieren.

De lijst van activiteiten was indrukwekkend lang. Een kleine greep: officiële opening, historische tentoonstelling, filmvoorstelling, schoolsportdag, optreden Koninklijke Luchtmachtkapel, demonstratie van Whiskey Four, een reddingsdemonstratie met helikopters, waarbij door  de hoge waterstand in de Eendracht onvoorzichtige kijkers zelfs echt moesten worden gered. En dan niet te vergeten avonden vol  artiesten: André  van Duin die net zijn carrière begon, de Mounties, vader en dochter Alberti, Swiebertje. En de allereerste braderie/rommelmarkt , waar ik zelf hielp. Nu heb ik nog spijt dat ik de antieke spulletjes  toen liet liggen. Maar wij  waren pas enkele maanden getrouwd en hadden ons huis gloednieuw ingericht, geen ouwe troep. Jaren later struinde ik rommelmarkten af, nooit weer zag ik al dat moois. Vuurwerk sloot het feest af.

Maar de grootste gezelligheid  speelde zich vooral in de kleine uurtjes af in een door architect Boelhouwers gecreëerde kelder onder het monumentale pand hoek Hoogstraat, Botermarkt.

Nu  vergeet ik te vermelden dat de feestweek niet was gezegend met zonuren. Vandaar ook de echte hulp van die reddingsbrigade. Maar ook die tijdelijke bar kwam door de regen vol te staan. De brandweer  moest komen om die bierkelder leeg te pompen, waarna de schuimende stroom zo over de Kerkstraat richting eeuwenoude Markt spoelde.

De burgers en burgeressen van Tholen hadden een kater na afloop van het feest, nee niet letterlijk, maar het was zo’ n leuk feest geweest! Herinneringen blijven voortbestaan. En dat was reden om ook 625 Jaar Stad te herdenken, en daarna 650 jaar. De archieven liggen vol mooie verhalen…altijd reden voor een feest!

Foto: Jopie Meerman – Ottevanger met haar moeder. Pietje Ottevanger – Deurloo in historische kledij tijdens de feestelijkheden rond 600 Jaar Stad Tholen in 1966. | foto archief Jopie Meerman

Er hoorde natuurlijk ook een officiële akte van de burgemeester bij om te laten zien dat men een echte burgeres of poorter was.