Columns van de redactie

De redactie plaatst wekelijks een foto ‘uit de oude doos’ op deze webpagina, met daarbij een leuke anekdote. Bij veel columns werd de auteur daarover geïnterviewd door Remco van Schellen voor Zeeland wordt Wakker op Omroep Zeeland Radio. De interviews kunt u terugluisteren via de podcast Zeeuws Weerzien: klik hiervoor op de link onderaan het artikel. Veel lees- en luisterplezier!

Borrelt er een eigen herinnering bij u op? Deel deze met andere lezers! U kunt hiervoor het reactieformulier gebruiken of stuur een mail aan web@zeeuwsweerzien.nl

Toen ik een jaar of 14 was ontdekte ik tijdens een weekje ziekzijn Winter Harvest van The Golden Earrings. -Lees meer
De Golden Earring zette in 1969 IJzendijke op z'n kop. Natuurlijk was ik erbij op die snikhete avond in juli. -Lees meer
'Verre oorden' waren vroeger minder dichtbij als tegenwoordig. Maar de auto bracht ons overal naar toe. -Lees meer
Er is steeds tegenwoordig minder persoonlijk contact tussen de mensen. Ik pleit voor loketten waar mensen om hulp kunnen vragen. -Lees meer
Voor mijn zevende verjaardag kreeg ik een poesiealbum. Hoe dat moest worden gevuld, hing van een hoop regels af. -Lees meer
Voor onze zevende verjaardag kregen mijn tweelingbroer en ik een nogal teleurstellend cadeau, hoewel we er veel mee speelden. -Lees meer
Cadeautjes waren een luxe vroeger, maar ik kreeg, zodra ik ging wisselen, van mijn oma een bedelketting. -Lees meer
Peter Blom beschrijft hoe zijn vader als negentienjarige de meidagen van 1940 ervoer als soldaat van de Compagnie Bewakingstroepen. -Lees meer
Mijn vriendin en ik waren ons tijdens een weekendje Londen volkomen onbewust van de gevaren die op de loer lagen. -Lees meer
Vroeger had iedereen nog een varken, dat in november werd geslacht voor de eigen vleesvoorziening. Soms kreeg je een zwirtje. -Lees meer
door Frans van de Velde

Als scholier kwam ik nauwelijks ongeschonden de winter door. Kou en weinig daglicht leverden me minstens een week van ziekzijn op. Dan sliep ik ongemeen veel, las of herlas een boek en een klasgenoot zorgde ervoor dat ik ook nog wat aan mijn huiswerk deed.

Zo ook in februari of maart 1967. Ik was 14, mijn transistorradiootje stond op Veronica (‘192, een goed idee: luister mee naar Veronica’) en ik werd verrast door de elpee Winter Harvest van de Golden Earrings (de s is later geschrapt). Die plaat was in december 1966 in 4 dagen tijd opgenomen op een 4-sporen recorder. Er stonden 14 nummers op, het kortste net geen 2, het langste nummer net geen 4 minuten. Het werd mijn mooiste week ziekzijn ooit! Ik schreef elke titel die ik hoorde zo goed en zo kwaad op en besloot te gaan sparen om de plaat te kopen. Ik had alleen maar singeltjes en Winter Harvest werd mijn eerste LP, gekocht bij Meerman.

‘In my house’ werd het meest gedraaide nummer, maar ‘Impeccable girl’ was mijn favoriet. Ik denk dat ik nog alle nummers zou herkennen, maar de plaat heb ik niet meer. Grijsgedraaid op een matig platenspelertje en bovendien: mono opgenomen. Nu door de ziekte ALS bij oprichter George Kooymans de groep is opgehouden te bestaan besef ik dat ik 55 van de 60 Earringjaren bij me draag.

De wereldwijde superhit ‘Radar Love’ sloot hun eerste succesperiode af om na een jaar of 10 te worden opgevolgd door een stroom uitstekende, meeslepende nummers. Ze hadden de beste ritmesectie van alle rockbands en Kooymans was een geweldige componist. Verrassend fijn was een akoestisch concert op een bedrijfstakfeest in december 2003. Uiterst relaxed speelden de mannen al hun grote hits en brachten de kleine zaal in vervoering met een uitgesponnen versie van ‘When the Lady smiles’.

Mijn trots op de Earring werd vanaf 1995 gedeeld met onze eigen Vlissingse band Bløf. De beleving van hun muziek was beter, simpelweg omdat je ze overal kon zien optreden. ‘Aan de kust’ werd dankzij een puike live-uitvoering na ‘Liefs uit Londen’ in 1998 hun tweede hit. Dat de teksten van Peter Slager niet zo begrijpelijk waren deerde me niet. Ze waren wel poëtisch en de muzikaliteit van Bløf spreekt me nog steeds erg aan, mede door de uitstraling van zanger en frontman Paskal Jacobsen. Jarenlang vulde de radio zaterdagmorgen even na negenen onze huiskamer met het nummer ‘Zaterdag’ als opener van het Radio 2-programma Cappuccino, in 2013 speciaal hiervoor herschreven. Ronduit indrukwekkend is hun wereldse project Umoja uit 2006 dat beschouwd kan worden als een monument in de Nederlandstalige muziekgeschiedenis.

Hoe heerlijk kan muziek toch zijn, zelfs als je ziek bent.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Frans had in Zeeland Wordt Wakker:

door Peter Verdurmen

Het nieuws kwam hard aan. George Kooymans, getroffen door ALS. Einde Golden Earring.

Tuurlijk heb ik op 11 maart, de verjaardag van George, lekker hard Radar Love gedraaid. Een verdiend eerbetoon aan de stergitarist en songschrijver. Hoeveel keer zou ik het Haagse viertal live gezien hebben? Een stuk of vier, vijf maal schat ik.

Het jeugdgebouw aan de Koniginnestraat in IJzendijke barstte op 26 juli 1969 bijna uit haar voegen tijdens de derde editie van het Beatfestijn. foto Peter Verdurmen

De allereerste keer was ik nog een broekie, nou broekie, ik telde vijftien lentes. Op vrijdag 25 juli 1969 was IJzendijke – Petit Paris in de volksmond – in de ban van het Beatfestijn. Het Jeugdgebouw barstte die avond bijna uit haar voegen. Binnen waren naar schatting 900 tot 1000 jongeren! Veilig? Mwah….

Pieter Hendrikse, Frank de Witte en Johan Corijn organiseerden de beatavond waarvan de opbrengst naar een goed doel ging. Best een financieel risico. The Shoes, die het voorprogramma verzorgden, vroegen 900 gulden gage, de Earrings kwamen voor 1200 gulden, nu omgerekend nog geen 600 euro, naar IJzendijke. Voor een kaart betaalde je zegge en schrijve 5 gulden.

The Shoes (‘Na na na’) warmden de zaal op, voor zover dat nodig was in een snikhete julimaand…

De Earrings arriveerden rond achten in IJzendijke. Voor de vier zich in het gewoel in het Jeugdgebouw stortten aten ze eerst nog even een patatje mét in het cafetaria op de Markt (de rit uit Den Haag maakt hongerig). Marijke de Wilde scoorde daar de handtekeningen van alle Earring-boys.

De setlist van de Earring bevatte alle grote hits tot dan toe, zoals Please Go, That Day, I’ve Just Lost Somebody en Just a Little Bit of Peace in My Heart. En ook een lang uitgesponnen cover van The Byrds, Eight Miles High. In dit nummer pakt Earring-bassist Rinus Gerritsen één van de speakers op die dankzij een behulpzame roadie net niet omkukelt. Stoer!

Gek, waarom speelden ze geen Radar Love? Het antwoord is eenvoudig: die Earring evergreen zag pas in 1973 het levenslicht. De winst bedroeg uiteindelijk 2000 gulden.
Met dank aan Bert van Gelder, die voor het dorpsblad dit stukje beatgeschiedenis aan de vergetelheid ontrukte.

Foto boven: De Golden Earring in 1969. foto Bert Verhoeff/Creative Commons Attribution Share

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Peter had in Zeeland Wordt Wakker:

door Albert Kort

Mijn vader was de eerste bij ons in de straat die een auto kocht. Een gloednieuwe nog wel, hagelwit, een tweedeurs Ford Anglia met een naar achter hellende achterruit.

Ik (drie jaar oud) achterop de brommer van mijn vader, mijn oudste broer aan het stuur (augustus 1959)

Waarom hij een auto kocht, weet ik niet. Tegen ons zei hij dat hij op zijn brommer niet snel genoeg was om vanuit Goes op tijd bij zijn klanten te kunnen zijn, die verspreid over heel Zuid-Beveland woonden. Het autorijden gaf hem echter vooral een kick, zeker in de weekends wanneer hij er op uit trok en ons trakteerde op uitstapjes naar plekken die buiten fietsbereik lagen, zoals Zeeuws Vlaanderen. Voor ons Bevelanders was de ‘overkant’ een totaal andere wereld.

De Anglia ging niet lang mee. Roestproblemen zorgden ervoor dat de auto al na twee jaar werd ingeruild voor een grotere, en naar achteraf bleek veel betere auto: een Ford Taunus. Die auto bracht ons tijdens de zomervakantie naar ‘verre’ oorden, zoals in 1965 toen we naar Oisterwijk gingen, waar mijn ouders een huisje hadden gehuurd. Een ware luxe. Wij naar Brabant, terwijl de meeste mensen in de buurt niet verder kwamen dan de Zeeuwse kust. Een vriendje van me die nog nooit van Oisterwijk had gehoord, dacht zowaar dat we naar Oostenrijk gingen! Ik liet hem maar in die waan.

De reis naar Oisterwijk nam zowat de hele dag in beslag. De huidige A58 bestond nog niet en via de Oude Rijksweg ging de rit langs Kloetinge en motel De Caisson in Biezelinge. Vervolgens ging het langs Kruiningen, Krabbendijke en Rilland voordat we bij Bergen op Zoom, waar oma woonde, de eerste stop inlasten. Dan naar en door Roosendaal op weg naar Etten-Leur, door Breda en Tilburg, voordat we laat in de middag en doodmoe – mijn vader van de inspanning en wij van de verveling – veilig en wel bij het huisje arriveerden. Om oma dit te laten weten, was afgesproken dat als we haar belden ze driemaal de telefoon moesten laten rinkelen zonder de hoorn van de haak te nemen, dit om kosten uit te sparen.

In de bossen nabij Oisterwijk (zomer 1965).

De vakantie in Oisterwijk was voor ons een waar feest. We zaten in een totaal andere omgeving met veel bossen en vennen die we op Zuid-Beveland niet kenden.

Maar wat vooral telde, was dat mijn vader de tijd had om spelletjes met ons te spelen én ons kon verblijden met zijn favoriete autoritjes die ons een keer zelfs tot aan de Duitse grens brachten! Een onvergetelijke tijd.

Foto boven: Met de Ford Taunus 12m onderweg op weg naar Oisterwijk: v.l.n.r. broer Gerard, ik, broertje Stephan en moeder (zomer 1965)

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Albert had:

door Willem Staat

Bijgaande foto van mij en de vrouw met wie ik al ruim 43 jaar gelukkig ben getrouwd is ergens rond 1975 genomen.

We waren nog niet verloofd, want ik zie geen ringen. De vonk sloeg over door persoonlijk contact. Vroeger hadden de mensen meer persoonlijk contact dan nu. Daar wilde ik het even met u over hebben aan de hand van drie voorbeelden van toen en nu.

Nu

1) De wereld is een dorp geworden. Je kunt via Internet een bruidsjurk van pakweg een oude rijksdaalder bestellen. Die wordt dan vanuit China bij je thuisbezorgd.
2) We kunnen zo met iedereen daten en het bed induiken.
3) Iedereen kan haar of zijn mening de wereld in slingeren. Eén mens kan met één berichtje een massa bewegen tot een demonstratie.

Hoe ging het vroeger?

1) De aanstaande bruid ging naar de winkel. Ze paste de uitverkoren jurk. Zat die niet goed, dan kwam ze nog eens terug.  Ze had dus minstens twee keer persoonlijk contact met de verkoopster.
2) Vroeger kreeg je verkering door persoonlijke ontmoeting. Je had oogcontact, een vonk sprong over en je sprak met elkaar.
3) Wanneer je het ergens niet mee eens was sprak je daar iemand op aan of schreef een ingezonden stuk. Als dat niet hielp kon je altijd nog een betoging houden. Toestemming aanvragen, pamfletten ophangen, de publiciteit zoeken en dan maar hopen dat er iemand opdaagt.

Tegenwoordig gaan dingen snel. Eén druk op de knop en het is geregeld.  Vroeger moest je moeite doen om dingen voor elkaar te krijgen.

Er valt nog iets op. In de eerste voorbeelden is er geen persoonlijk contact en bij de tweede wel.

Juist de coronatijd maakt duidelijk dat we behoefte hebben aan contacten met anderen. Velen vinden het benauwend dat bijna alles digitaal moet. We hebben de maatschappij zo ingericht dat mensen die niet handig zijn met de computer afhankelijk zijn van anderen. Velen kennen meer mensen via het scherm dan dat ze echt contact hebben met anderen. Dat leidt er zelfs toe dat mensen niet meer in het echt op iemand af durven stappen.

Ik heb hier geen pasklare oplossing voor, maar geloof wel dat het nodig is dat er weer loketten komen waar mensen om hulp kunnen vragen. Dat er meer echt contact komt tussen mensen.

Hopelijk worden we spoedig verlost uit de banden van de coronacrisis.

Hopelijk hebben we ons lesje geleerd: minder scherm en meer mens.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Willem had:

door Margreeth Ernens

Voor mijn zevende verjaardag kreeg ik een poesiealbum, een vierkant boekje met lege bladzijdes, gevat in een rood met groen geblokt stoffen kaftje.

Mijn oudere zus had er uiteraard ook een (dat was nagenoeg vol), en zij vertelde me precies wat ik er mee moest doen, want daar waren natuurlijk regels voor.

Ten eerste moest ik aan het begin van het boekje een aantal pagina’s leeg laten: daar dienden mijn ouders, mijn zus en mijn drie broers een gedichtje of versje te plaatsen.

Vervolgens was het de bedoeling dat ik mijn poesiealbum aan mijn juf op school gaf, zodat zij er ook iets in kon schrijven. Pas daarna waren mijn klasgenootjes aan de beurt. Iedereen moest er een mooi plaatje bij plakken, dat was zo de gewoonte.

Deze schoolfoto werd gemaakt toen ik in de eerste klas zat en net zeven jaar was.

In de boekhandel kon je dan ook speciale vellen met poesiealbumplaatjes kopen. Er waren er van vogeltjes, hondjes en poesjes, van meisjes en jongens, van bloemen, clowntjes, noem maar op. Ze waren over het algemeen een beetje in reliëf gedrukt en sommige hadden glittertjes.

Enkele schrijvers gingen creatief te werk in mijn album, en maakten een tekening of gebruikten kleurtjes om het geheel op te fleuren. De versjes waren tamelijk oubollig en afgezaagd en het kwam er in bijna alle gevallen wel op neer dat ik keurig, vlijtig, vroom en deugdzaam moest leven…

Vaak werden ook tussen de plaatjes nog rijmpjes gezet, zoals: kat-hond-poes, Margreeth is een snoes. Of: Tip-tap-top, Margreeth lust graag drop

Ergens vond ik het een hoop gedoe met dat poesiealbum. Eerst moest je iemand kiezen die er in wilde schrijven, (niet iedereen kwam in aanmerking natuurlijk) en vervolgens moest je dat boekje weer terug zien te krijgen. Dat laatste bleek ik geneigd te vergeten, er gingen soms maanden overheen, eer ik mijn album weer terug had.

En bladerend door het poesiealbum kun je dat ook zien: er zitten echt hele grote tijdspannes tussen de verschillende bijdragen. Het boekje is tijdens mijn lagere schooltijd dan ook maar voor de helft gevuld. Ook enkele beginpagina’s zijn leeg gebleven: geen van mijn broers heeft iets in het boekje geschreven.

Hoewel ik weinig met het poesiealbum-gebeuren had, heb ik het boekje altijd bewaard, al was het maar omdat mijn ouders me daarin veel goeds toewensten.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Margreeth had in ‘Zeeland wordt wakker’:

Hieronder poesiealbums door de jaren heen: Met mijn album erbij vier generaties dus.

Generatie één: Ook mijn moeder had een poesiealbum (eind jaren twintig, begin jaren dertig, dus bijna honderd jaar geleden).

 

Generatie drie: Het poesiealbum van Marina, de oudste dochter van mijn zus. (jaren tachtig)

 

Generatie vier: Tegenwoordig schrijven meisjes én jongens iets voor elkaar in Vriendenboekjes. Dit is het album van Daan (8), de kleinzoon van mijn broer.

 

En zo kan het ook: Nichtje Marina werd juf op de basisschool en liet ‘haar’ kinderen iets schrijven in een poesiealbum (jaren 2002-2010). De vaak zelfgemaakte versjes over hun lieve juf zijn zeker een verbetering!

door Theo Rietveld

Mijn tweelingbroer en ik vierden begin jaren zestig onze zevende verjaardag in een dorpje in Twente.

Het dorp met de televisietoren, haar beroemde bruiloften in traditionele kleding en het dorp waar in de zomer van 1963 de wereldkampioenschappen motorcross werden gehouden. In verschillende klassen, met en zonder zijspan.

Als domineeszoon woonde ik in de mooiste huizen: geboren in een dorp aan de Waal, in een knots van een pastorie uit 1848 in Engelse landhuisstijl, compleet met oprijlaan en een indrukwekkend hek. En in het huis in de voormalige vissersstad aan het IJsselmeer; de stad waar mijn oom de aannemer was van het Dolfinarium en de stad waar ik de meeste klassen doorliep in de twee verdiepingen school met ingebouwde gymnastiekzaal en een speelplein voor de 5e en 6e klassers op de voormalige begraafplaats van de Maartenkerk.

Toen volgde een nieuwbouw huis, gebouwd op een verhoogd stuk land. Mijn vader liet de timmerman de door hem bedachte naam op een essenhouten plank op de gevel bevestigen: ‘Op d’n Eschrand’. De verhuisreis voor mij eindigde in Terneuzen, eind jaren zestig. De stad was in ontwikkeling, chemiegigant DOW breidde uit en nieuwe havens en wijken werden ontwikkeld.

O ja, onze zevende verjaardag. We speelden vaak in onze eigen zandbak, hij een nieuwe tegen de garage en ik een Bentheimer-waterput waar ik over de rand moest klimmen om bij het zand te komen. Nee, sinds mijn broer en ik door Russische motorcrossers voor op hun  motoren werden gezet, wisten we ons verjaardagscadeau … een speelgoed motor!

En wat was het een teleurstelling toen we ieder ons eigen cadeau openmaakten: hij een groene cadillac en ik een rode. Maar de speelplek was onze zandbak die herinnerde aan onze Russische motorvrienden die wij voor- en na de wedstrijden konden zien op het terrein van de BP-garage die grensde aan onze tuin.

Foto: Mijn rode Cadillac uit 1964: veel verf zit er niet meer op omdat ik er intensief mee speelde.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Theo had in ‘Zeeland wordt wakker’:

door Mieke van der Jagt

Met cadeautjes waren ze vroeger spaarzaam: iets duurzaams met je verjaardag, een kleinigheidje met Sinterklaas.

Een uitzondering was de bedelketting. Die kwam uit de portemonnee van mijn oma zodra de eerste melktand er uit was. Mijn zus had er al eentje met een hoop bedeltjes en ik kon niet wachten. Mijn eerste melktand heb ik er bijna uit gewrikt zodra die een klein beetje los zat.

Met dat onooglijke tandje gingen we naar de juwelier, die het in zilver zou zetten. Meteen werd ook de ketting aangeschaft: van die ronde schakeltjes, het type jasseron. De ketting bleef bij de juwelier. Die kon er dan het tandbedeltje meteen aan vast solderen zodra het klaar was.

Weer wachten dus, maar dan had je ook wat! De rest van je leven kon je bedeltjes sparen. Ik was dat in elk geval vast van plan. Vroeg er iemand wat je voor je verjaardag wilde dan was het antwoord altijd ‘een bedeltje’. Ze kostten tussen twee en vijf gulden en soms kreeg je geld om er zelf eentje uit te zoeken. Bij dezelfde juwelier stond je dan ik weet niet hoe lang te twijfelen welke je zou nemen. De juwelier vond ze allemaal erg prachtig, die hielp niet erg.

Zo heb ik wel de principes van de middenstand leren kennen, want als ik eens een met een gekregen bedeltje kwam om vast te solderen, werd er niets van gezegd. Zelfs niet toen ik van een tante een zilveren weerhuisje had gekregen, helemaal uit Zwitserland. Nog steeds het pronkstuk van mijn ketting.

Waar ik ook heel blij mee was, was het sleuteltje van Open het Dorp. Het toeval wilde dat ik een groot deel van de uitzending met Mies Bouman had gezien. Ik was ziek en koortsig die dag en ik denk dat mijn ouders zelf niets wilden missen van de uitzending zodat ik beneden mocht zitten in een huiskamer volgepakt met buren en kennissen. Lang niet iedereen had toen televisie.

Ik weet nog precies van wie ik welk bedeltje gekregen heb; op één na is niemand meer in leven. Ik draag hem niet meer, maar ik poets hem wel regelmatig. Zo komen al die herinneringen aan al de mensen weer levendig terug.

Foto boven: Naast mij (let op mijn bedelketting) op de slee zit Willie Ambachtsheer en erachter haar zus Adrie. Achter mij staat mijn zus Marian.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Mieke had in ‘Zeeland wordt wakker’:

door Peter Blom

‘Na de Woensdag van je vertrek heb je heel wat afgezworven. Daar in Haamstede leek het me niet kwaad; we hopen nu maar dat het in Rijen ook gaan zal. Laten we hopen dat we door Gods goedheid buiten de oorlog mogen blijven’. Dit schreef mijn opa in zijn mooie schoolmeestershandschrift aan mijn vader op 28 april 1940.

Mijn vader was negentien jaar toen de oorlog uitbrak en een van de tweehonderd man van de 5e Compagnie Bewakingstroepen. Dit legeronderdeel werd gestationeerd op diverse vliegvelden en ook op vliegveld Haamstede. Tien jaar eerder was dit feestelijk geopend voor de burgerluchtvaart met een vaste lijndienst van de KLM.

Vanaf eind april bewaakte zijn compagnie vliegveld Gilze-Rijen dat in de vroege vrijdagochtend van 10 mei de volle laag kreeg van Duitse bommenwerpers. Nederlandse piloten konden met een aantal oorlogsvliegtuigen ontkomen. De bewakingstroepen volgden over land met zware mitrailleurs richting Schouwen waar ze ‘s avonds aankwamen.

Vijftig jaar later beschreef mijn vader hoe ze daar in bollenschuren en scholen werden ondergebracht. De volgende ochtend vroeg verschenen vijandelijke vliegtuigen. Een ervan ‘werd door iemand van ons peloton met een Vickers mitrailleur lek geschoten. De piloot die nog wilde proberen de parachute goed te krijgen had geen succes en plompte in het zilte nat. Dood!’

In de middag werd het vliegveld weer aangevallen. Deze bombardementen, het aanhoudende kanongebulder van de kant van Brabant en geruchten dat er vijandelijke parachutisten, vermomd als burgers, waren geland zorgden voor grote paniek. Een kapitein zou het bevel hebben gegeven de posten te verlaten. De volgende maandagochtend doken een twintigtal Messerschmitt jagers uit de wolken die vliegveld en manschappen urenlang bestookten. Vier dagen later gaven ze zich over en volgde krijgsgevangenschap.

Bij zovelen kwamen jaren later, ook bij mijn vader, de angsten uit en boosheid over dit verleden boven. Die meidagen in Zeeland droeg hij altijd met zich mee.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Peter had in ‘Zeeland wordt wakker’:

Ans van Nieuwenhuijze

Het veer Vlissingen-Sheerness van de Deense Olauline, dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw in de vaart kwam, bracht Londen dichterbij.

Dat gold althans voor het gevoel van vriendin Janneke en mij, beiden toen wonend in Vlissingen. Op een winderige vrijdagavond scheepten wij in voor een weekendje Londen, voor ons allebei de eerste keer dat wij deze wereldstad gingen bezoeken.

Het was in de roerige tijd dat de IRA – het Ierse republikeinse leger – van zich deed spreken met bomaanslagen en andere gewelddadigheden. Niet alleen in de thuisbasis Noord-Ierland, maar ook in Engeland en dus ook in Londen. Aan die periode wordt gerefereerd onder de titel The Troubles.

Gebruik was in die jaren dat bij alle bezienswaardigheden bewakers bij de deur stonden die de handtassen en rugzakken van de bezoekers doorzochten op wapens en explosieven.

Zo ook bij Madame Tussauds.

Een in het pak van de Beefeaters verklede wacht stak vriendelijk zijn hand uit en vriendin Janneke nam die even gemoedelijk aan om te schudden. De man ging erin mee en na een opgewekt goedemorgen vroeg hij of hij haar tas mocht doorzoeken. Met het schaamrood op de kaken overhandigde zij haar tas. Later hebben we er hartelijk om gelachen.

De tweede confrontatie met eventueel naderend onheil werden we in de metro gewaar.

We waren onderweg terug naar ons hotel, toen ons op het perron enkele politieagenten tegemoet kwamen en riepen dat wij haast moesten maken om het station te verlaten. Er was een bommelding gedaan.

Wij versnelden onze pas, maar dat was niet genoeg. Eén van de bobby’s riep dwingend dat we moesten rennen.

En eigenlijk pas toen drong de ernst van de situatie tot ons door: dat de mogelijkheid bestond dat we daar ter plaatse opgeblazen zouden kunnen worden.

Gelukkig bleek het achteraf loos alarm en kijken wij tot op de dag van vandaag terug op een geslaagd maar toch ook wel merkwaardig weekendje Londen.

Foto boven: De Towerbridge in Londen bij avond.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Ans had in ‘Zeeland wordt wakker’:

door Allie Barth

Ik heb het als klein kind nog meegemaakt. Op de slachtwei werd in mijn dorp eind jaren veertig van de vorige eeuw, in de maand november de huisslacht nog bedreven. Bijna iedereen had toen nog een varken, dat voor de eigen vleesvoorziening werd gebruikt.

Als het gedode dier onder een hoop stro gebrand werd, dan had je kans op een zwirtje, een lekkernij voor de jeugd.  Een reep huid met wat spek er onder. Zeker wanneer de slachter al enkele borrels naar binnen had gegoten, lukte het wel om dat zwirtje te bemachtigen. Want jenever hoorde er ook bij. Na elke slacht ging de jeneverfles open.  Overal vond dat gebeuren plaats.

Ook in ’s-Gravenpolder aan de rand van de Zak van Zuid-Beveland kende men dat gebruik.  De jaren twintig van de vorige eeuw waren in dat dorp echte “roaring twenties.” Op politiek en godsdienstig gebied was er van alles aan de hand, net als in de sfeer van het lager onderwijs. De bekende Poldermans was hoofd van de openbare lagere school en stond bekend als schrijver van jeugdboeken.

In die jaren kwam het ook tot de stichting van een christelijke lagere school. Het hoofd daarvan was meester Slotboom. Het was een bont gezelschap in zijn klas. Van kinderen van arbeiders tot kinderen uit de bovenste laag van de plaatselijke samenleving en allemaal moesten ze op de maandagmorgen het in de week daarvoor geleerde psalmvers opzeggen.

Een van de jongens, die na afloop van zijn schoolperiode ongetwijfeld verder moest gaan als koeienwachtertje, was erg druk. ADHD zouden we vandaag de dag zeggen. Om het minste en geringste kreeg hij straf, van strafregels schrijven tot in de hoek staan, tot jolijt van zijn klasgenootjes, want dat gebeurde nog al eens.  Maar eenmaal nam hij wraak, in de tijd van de varkensslacht. Hij kreeg een aantal zwirtjes, waarmee hij op een goede morgen de school inkwam. Meester, zo sprak hij bijna vroom,  van vader moet ik u deze zwirtjes geven. Hij reikte een papieren zak met de stukjes varken over. Jongen, dank je vader wel, antwoordde de meester en nam het zakje dankbaar aan.

De volgende dag kwam het jochie weer naar de meester toe en sprak: meester, vader laat vragen of u de zwirtjes lekker vond. Meester antwoordde: zeg maar tegen je vader dat ze heerlijk waren, goed van zoute. Grinnikend liep de jongeman weg, wat de meester enigszins verwonderde, maar die vroeg niet verder. De waarheid was, dat het jongmens, de zwirtjes even in de pispot gedoopt had. Die pot stond altijd in de bedstee op het bestieboord boven het bed van zijn ouders.

Maar ach, het eindigde toch weer met straf. Dat was zijn eigen schuld. Via zijn klasgenootjes, die hij opgetogen van zijn overwinning vertelde, kwam de geschiedenis toch bij meester Slotboom terecht, die hem ‘voorbeeldig tuchtigde’ en de vader van de jongen deed er nog een schepje bovenop.

Foto boven: De Schoolstraat met de school in ’s Gravenpolder begin vorige eeuw.

Beluister het gesprek dat Remco van Schellen van Omroep Zeeland met Allie Barth had in ‘Zeeland wordt wakker’: